Naar inhoud springen

Pagina:Malot, Alleen op de wereld (vert. Keller 1880).pdf/443

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

allen vereenigen zal, die mijne vrienden waren in dagen van tegenspoed, wil ik het verhaal geven van mijne lotgevallen, waarin zij eene rol hebben gespeeld, als een bewijs mijner dankbaarheid voor de hulp, die zij mij hebben verleend of voor de liefde, die zij voor het arme verloren kind hebben aan den dag gelegd. Als ik een hoofdstuk afhad, zond ik het naar Dorchester naar den litho graaf en denzelfden dag ontvang ik de gesteendrukte kopieën van mijn handschrift, om aan ieder der gasten er een te geven.

Die bijeenkomst is eene verrassing, die ik hun heb bereid, ook voor mijne vrouw, die dan haar vader zal weerzien en hare zuster, en haar broers en hare tante, welke zij niet verwacht; alleen mijno moeder en mijn broer zijn in het geheim. Als er niets tusschen beiden komt, zullen allen dezen avond onder mijn dak doorbrengen en ik zal het genot srnaken hen allen aan mijne tafel te zien.

Een enkele zal aan dat feest ontbreken, want hoeveel men ook met geld kan doen, het kan 't leven niet teruggeven aan hen, die niet meer zijn. Arme, dierbare oude meester! wat zou ik gelukkig geweest zijn, als ik u een rustigen ouden dag had kunnen bezorgen! Gij zoudt u kunnen ontdaan hebben van uwe piva, uw schapevacht en uw fluweelen buis; gij zoudt niet meer het „vooruit, kinderen!" geroepen hebben. Een ouderdom door allen geëerbiedigd, zou u zijn geschonken; gij zoudt uw indrukwekkend grijs hoofd met fierheid kunnen opheffen en uw vroegeren naam weder kunnen aannemen. Vitalis, de oude zwerveling, zou weder Carlo Balzani, de beroemde zanger zijn. Maar wat de onverbiddelijke dood u niet vergund heeft, heb ik althans voor uwe nagedachtenis gedaan te Parijs op het kerkhof Montmartre is de naam gebeiteld op het gedenkteeken, dat mijne moeder op mijn verzoek voor u heeft opgericht; en uw borstbeeld in brons naar de portretten uit den tijd van uw roem herinnert uwen naam aan hen, die u hebben toegejuicht; een afbeeldsel van uw borstbeeld is voor mij gegoten; het staat daar voor mij, en terwijl ik het verhaal schrijf van mijne eerste jaren van beproeving, toen de loop der gebeurtenissen zich begon te ontwikkelen, hebben mijne oogen vaak de uwe gezocht. Ik heb u niet vergeten; ik zal u nooit vergeten, wees daar zeker van; indien ik in dat gevaarlijk tijdperk van een aan zich zelf overgelaten kind, nooit gestruikeld heb en nooit ben gevallen, dan ben ik het aan u verschuldigd, aan uwe lessen, aan uw voorbeeld, mijn dierbare oude meester! En op elk feest zal uwe plaats in eere worden gehouden; ziet gij mij niet, ik zal u zien.

Maar daar komt mijne moeder door de zaal der familieportretten; de jaren hebben hare schoonlieid niet doen verwelken, en zij is in mijn oog nog dezelfde als toen ik haar voor de eerste maal aanschouwde, onder de veranda van De Zwaan, met haar edel gelaat,