Naar inhoud springen

Pagina:Malot, Alleen op de wereld (vert. Keller 1880).pdf/444

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zoo zacht en schoon ; maar dat waas van zwaarmoedigheid dat het toen overtoog , is geheel verdwenen.

Zij leunt op den arm van Arthur , want thans is het de moeder niet meer , die haar zwakken wankelenden zoon ondersteunt , maar de zoon , die een schoon en krachtig jongeling is geworden , bedreven in alle lichaamsoefeningen , bevallig ruiter , flink roeier , onverschrokken jager , die met innige teederheid zijn arm biedt aan zijne moeder; want in strijd met de voorstelling van mijn oom , James Milligan , is het wonder gebeurd: Arthur is in leven gebleven en hij zal blijven leven.

Op eenigen afstand achter hen , zie ik eene oude vrouw komen , gekleed in de dracht der fransche boerinnen. Zij heeft een kindje op den arm met een wit cachemieren mantel om: de oude boerin is vrouw Barberin en dat kind is het mijne: het is mijn zoon , de kleine Mattia.

Nadat ik mijne moeder teruggevonden had , wilde ik , dat vrouw Barberin bij ons zou blijven , maar zij nam dit niet aan.

— Neen zeide zij , mijn beste Rémi , mijne plaats is thans niet bij uwe moeder. Gij moet thans werken om knap te worden en door uwe kennis een heer te worden , zooals gij door uwe geboorte reeds zijt . Wat zou ik bij u doen ? Mijne plaats is niet in het huis uwer wezenlijke moeder. Laat mij naar Chavanon terugkeeren. Maar onze scheiding zal niet voor altijd wezen. Gij wordt grooter ; gij zult trouwen en kinderen krijgen. Dan eerst , als gij wilt en ik nog in leven ben , zal ik bij u komen om uwe kinderen te ver- zorgen ; ik kan hunne min niet zijn , zooals ik uw min geweest ben, maar mijn leeftijd zal mij niet beletten dat ik goed op uw kinderen pas ; ik ben een vrouw van ervaring , en oude menschen hebben niet veel behoefte aan slaap. Bovendien ik zal uw kinderen liefhebben en ge kunt er zeker van zijn , dat ik mij de kleinen niet zal laten ontstelen , zooals men u gestolen heeft.

Wat vrouw Barberin verlangde is gebeurd ; korten tijd vóór de geboorte van ons kind , is men haar te Chavanon gaan halen en zij heeft alles verlaten , haar dorp , hare gewoonten , hare vrienden , de koe , die uit onze koe was geboren , om in Engeland bij ons te komen ; onze kleine Mattia wordt gezoogd door zijne moeder , maar hij wordt verzorgd , gedragen , beziggehouden en geliefkoosd door „moeder" Barberin , die verzekert , dat dit het mooiste kind is , dat zij ooit heeft gezien.

Arthur heeft een nommer van de Times in de hand; hij legt dit op mijne schrijftafel en vraagt me of ik het gelezen heb. Op mijn ontkennend antwoord , wijst hij me op een brief uit Weenen , dien ik hier laat volgen.

„Weldra zult gij te Londen het bezoek krijgen van Mattia; ondanks den ongelooflijken bijval , die zijne reeks concerten alhier