verwierven, verlaat hij ons, daar hij naar Engeland most vertrekken wegens eene verbintenis, die hij niet verbreken kan. Ik heb u reeds van die concerten gesproken; zij hebben den grootsten opgang gemaakt, zoowel door de mate als door de oorspronkelijkheid van zijn talent, en door zijne gave als componist. In één woord. Mattia is een Chopin op de viool."
Ik heb dat artikel niet nondig om te weten, dat de kleine straatmuzikant, mijn makker en leerling, een groot kunstenaar is geworden. Ik heb Mattia zich zien ontwikkelen en opgroeien; en zoo het al wezen mocht, dat in den tijd, waarin hij onder leiding van denzelfden onderwijzer als Arthur en ik, geen groote vorderingen maakte in het latijn en grieksch, des te meer vorderde hij in de muziek bij de onderwijzers die mijne moeder hem gaf, en het was gemakkelijk te voorzien, dat de voorzegging van Espinassous, den kapper-musicus van Mende, eenmaal bewaarheid zou worden.
Toch vervulde mij die brief uit Weenen met trots en vreugd; het was of ik zelf deelde in de toejuichingen, waarvan hij de weerklank was. Maar was dit ook niet zoo? Was Mattia niet mijn tweede ik, mijn makker, mijn vriend, mijn broeder? zijn roem was de mijne, evenals zijn geluk het mijne was. Op dat oogenblik bracht de bediende een telegram, dat juist was aangekomen.
„Het is misschien de kortste weg, maar zeker niet de aangenaamste; maar is er wel één aangename? Hoe dit zij, ik ben zoo zeeziek geweest, dat ik eerst te Red-Hill de kracht had om u bericht te zenden. Te Parijs heb ik Cristina gehaald; wij zullen te Chegford te vier uren tien minuten zijn; zend ons daar een rijtuig.
Toen ik den naam van Cristina las, had ik Arthur aangezien, maar hij had den blik afgewend; eerst bij het slot van het telegram sloeg hij de oogen weder op.
— Ik heb wel zin om zelf naar Chegfurd te gaan, ik zal den landauer laten inspannen, zeide hij; Dat is een goed idée; in het terugrijden zult gij over Cristina zitten.
Hij gaf geen antwoord, maar verliet terstond de kamer; toen wendde ik mij tot mijne moeder.
— U ziet dat Arthur het niet verbergt, dat hij naar haar verlangt dat beteekent iets.
— Dat beteekent zeer veel.
Het kwam mij voor, dat in den toon van die woorden een zweem van ontevredenheid doorstraalde. Ik stond op en zette mij naast mijne moeder, en terwijl ik hare beide handen greep, die