vindt men een meisje, zoo lief als gij, die niet trouwt, alleen om haar ouden vader op te passen en die de taak van beschermengel blijft vervullen, gelijk zij die eenmaal vervuldevoor hare broers en haar zusje? Nu geeft hij, vóór hij heengaat, nog eenige bevelen, vooral om te doen zorgen voor zijne bloemen, zoolang hij afwezig is. Vergeet vooral niet, dat ik tuinman geweest ben — zegt hij tot zijn knecht — en dat ik verstand heb van dat werk."
Ik veranderde de richting van den kijker, alsof ik naar een anderen kant wilde uitzien.
— En nu zie ik eene stoomboot, eene groote stoomboot, die terugkeert van de Antilles en Havre nadert. Aan boord is een jongmensch, die een botanischen onderzoekingstocht heeft gedaan langs de oevers van de Amazone. Men zegt, dat hij planten en bloemen medebrengt, die in Europa nog onbekend zijn en het eerste gedeelte van zijne reis, dat in de dagbladen werd opgenomen, is zeer belangwekkend; de naam van Benjamin Acquin is reeds beroemd; slechts één ding maakt hem bezorgd, dat hij niet tijdig genoeg te Havre zal komen om de boot te halen naar Southampton, die hem bij zijne familie op Milligan-Park zal brengen. Mijn kijker is zoo uitstekend, dat ik hem volgen kan; hij heeft de boot van Southampton gehaald; weldra zal hij hier zijn.
Wederom richt ik mijn kijker naar eene andere zijde, en ga voort:
— Niet alleen kan ik nu zien, maar zelfs hooren: twee mannen zitten in den trein, een oude en een jonge. „Wat zal dit eene
belangrijke reis voor ons zijn," zegt de oude. — Heel belangrijk, meester. — „Niet alleen, beste Alexis, zult gij uwe familie weerzien en kunt gij de hand drukken van uw vriend Rémi, die ons niet vergeten heeft, maar wij zullen ook een bezoek kunnen brengen aan de mijnen van Wales; daar zult gij merkwaardige dingen zien, en als gij teruggekeerd zijt, zult gij te Truyères verbeteringen kunnen invoeren, wat meer gezag zal bijzetten aan de betrekking, die gij door uw arbeid wist te verwerven. Ik voor mij zal eenige stukken steenkool vandaar kunnen meebrengen en die bij mijne verzameling voegen, die de stad Varses wel heeft willen aannemen. Hoe ongelukkig dat je oom Gaspard niet mee kon gaan!"
Ik wilde voortgaan, maar Lize was bij me gekomen; zij nam mijn hoofd tusschen hare beide handen en door deze liefkoozing belette zij me te spreken.
— O, wat een verrassing! zeide zij, met een stem, die trilde van ontroering.
— Daar moet gij mij niet voor bedanken, maar mijne moeder, die allen om zich wilde vereenigen, welke goed geweest waren voor haar verlaten kind; als gij mij den mond niet gesloten hadt, zoudt gij gehoord hebben, dat wij ook dien braven Bob hier wachten, die nu een der voornaamste ondernemers van publieke