wijl ik Capi onderwijs gaf, mij zelf vergat en driftig werd. Wat zou Capi doen? Hij zou eveneens driftig en boos worden. Dat wil zeggen, dat hij mijn voorbeeld zou volgen, en hij zou glad worden bedorven. De hond is bijna altijd het evenbeeld van zijn meester; wie den een ziet, ziet den ander. Laat mij uw hond zien, dan zał ik zeggen wie ge zijt. De hond van een roover is een nijdig dier, die van een dief steelt; de domme boer heeft een hond zonder begrip, maar de beschaafde, wellevende man heeft een vriendelijken hond.
Mijn makkers, de honden en de aap, hadden dit op mij vooruit, dat zij gewoon waren om voor het publiek op te treden zoodat zij den anderen dag zonder eenige vrees tegemoet zagen. Voor hen was het niets anders dan iets te doen, wat zij reeds honderdmaal, ja duizendmaal verricht hadden.
Maar ik voor mij deelde die heerlijke onbezorgdheid niet. Wat zou Vitalis wel zeggen, als ik slecht speelde? Wat zouden de toeschouwers zeggen?
Deze gedachten beletten mij in slaap te vallen en toen ik insliep, zag ik in mijn droom verscheidene menschen, die bijna omvielen van het lachen.
Ook gevoelde ik mij den anderen dag zeer zenuwachtig, toen wij de herberg verlieten om naar de markt te gaan, waar onze voorstelling zou plaats vinden.
Vitalis opende den stoet; met het hoofd omhoog, de borst vooruit, gaf hij met zijn armen en beenen den pas aan, terwijl hij een wals speelde op een metalen fluitje.
Achter hem liep Capi, op wiens rug de heer Joli-Coeur stond, in het kostuum van een engelsch generaal met een roode broek en rok, welke met goud waren afgezet en een hoed met een breeden rand en een witte pluim.
Verder volgden op eerbiedigen afstand naast elkander Zerbino en Dolce.
Ik sloot den optocht, die, dank zij den afstand, welken de meester ons had aangewezen, een vrij groote ruimte van de straat besloeg.
Maar hetgeen nog meer de aandacht trok dan ons luisterrijk gezelschap, waren de doordringende tonen van de fluit, die tot in het achtergedeelte der huizen de nieuwsgierigheid der bewoners opwekten. Men snelde naar de deur om ons te zien en alle gordijnen werden opgetrokken.
Eenige kinderen begonnen ons te volgen, verscheidene verbaasde boeren voegden zich bij hen en toen wij de markt hadden bereikt, hadden wij een ganschen troep achter ons.
Ons tooneel was spoedig opgeslagen; het bestond slechts uit een touw, dat aan vier boomen werd vastgehecht, zoodat het een langwerpig vierkant vormde, in welks midden wij ons plaatsten.