Wat moest ik met een servet doen?
Capi maakte mij duidelijk, dat ik mij bedienen moest. Maar hoe?
Toen ik lang er over gedacht had, snoot ik mijn neus er in.
De generaal barstte toen in een hartelijken lach los en Capi viel op den grond en spartelde met zijn pooten in de lucht, uit ergernis over mijn domheid.
Toen ik zag, dat ik mij vergiste, bekeek ik weder het servet en vroeg mezelf af, op welke wijze ik het gebruiken moest.
Eindelijk schoot mij iets te binnen; ik rolde het servet op en bond het als een das om mijn hals.
Wederom begon de generaal te lachen en Capi viel nogmaals op den grond.
En zoo vervolgens tot op het oogenblik, waarop de generaal wanhopend mij van mijn stoel rukte, op mijn plaats ging zitten en het eten, dat voor mij bestemd was, opat.
O, hij wist wel wat hij met een servet doen moest. Hoe netjes maakte hij het in het knoopsgat van zijn uniform vast en spreidde hij het over zijn knie uit. Hoe keurig brak hij zijn brood en dronk hij zijn glas leeg!
Maar dan vooral maakten zijn fijne vormen een onwederstaanbaren indruk wanneer hij na afloop van het dejeuné een tandenstoker vroeg en daarvan een behendig gebruik maakte. Dan barstten van alle zijden de toejuichingen los en de voorstelling eindigde met een waren triomf. Hoe verstandig was die aap, hoe dom de knecht!
Toen wij in onze herberg terugkwamen, maakte Vitalis mij zijn compliment en ik was zulk een komediant, dat ik trotsch was op zijn lofspraak.
VII.
IK LEER LEZEN.
Ongetwijfeld bestond het gezelschap van den heer Vitalis uit de beste tooneelspelers — ik spreek hier van zijn honden en aap —, maar zij bezaten geen groote verscheidenheid van gaven.
Wanneer zij drie of vier voorstellingen gegeven hadden, dan kende men hun gansche répertoire; zij vielen altijd weder in herhalingen.