mocht ik dan gaan wandelen, als ik daartoe lust gevoelde. Ik nam Capi dan met mij mede — Capi geheel als hond, zonder zijn comediepakje, drentelde met mij langs de straten.
Vitalis die mij gewoonlijk niet van zich weg liet gaan, stond mij echter deze vrijheid gaarne toe.
— Daar het toeval u door Frankrijk voert op een leeftijd, dien andere kinderen gewoonlijk op de schoolbanken doorbrengen, moet gij trachten alles te zien en te hooren. Wanneer gij u in moeielijkheden bevindt, iets ziet dat gij niet begrijpt, of mij het een of ander te vragen hebt, kom dan gerust bij mij. Misschien kan ik er u niet altijd een antwoord op geven, want ik beweer volstrekt niet, dat ik alles weet, maar het is zeer wel mogelijk, dat ik dikwijls aan uwe nieuwsgierigheid voldoen kan. Ik ben niet altijd directeur van een troep geleerde honden geweest en ik heb wel wat anders geleerd, dat mij nu te stade komt, om „Capi en den heer Joli- Coeur aan het geëerde gezelschap voor te stellen."
— Wat dan?
— Dat zal ik u later wel eens vertellen. Voor het oogenblik behoeft gij slechts te weten, dat een man met geleerde honden wel eens een gansch andere plaats in de wereld kan bekleed hebben. En weet dan tevens, dat al behoort gij thans tot een der laagste standen in de maatschappij, gij, wanneer gij wilt, tot een hoogeren kunt geraken. Dit hangt een weinig van het toeval af en veel van u zelf. Wanneer gij naar mijn lessen luistert en mijn raad opvolgt, dan zult gij later, wanneer gij ouder zijt, met een gevoel van genegenheid en dankbaarheid terugdenken aan den armen muzikant, die u zooveel schrik aanjoeg, toen hij u van uw pleegmoeder scheidde; ik verbeeld mij, dat onze ontmoeting tot uw geluk leiden moet.
Welke kon die stand wezen, waarover mijn meester dikwijls met zekere terughoudendheid sprak? Deze vraag wekte telkens mijne nieuwsgierigheid op en hield mijn geest aanhoudend bezig. Indien hij zulk een hooge betrekking in de maatschappij bekleed had, waarom was hij dan tot zulk een lage afgedaald? Hij beweerde, dat ik mijzelf tot een betere positie kon opwerken, zoo ik dat wilde; ik, die niets was, niets wist, zonder een bloedverwant of iemand om mij te helpen. Waarom was hij dan zelf zoo gedaald?
Nadat wij Auvergne verlaten hadden, hadden wij ons naar de golvende vlakte van Quercy begeven. Geen land is armer en treuriger dan dit. En wat bovendien den indruk, dien de reiziger in deze streek ontvangt, nog sterker maakt, is, dat er bijna nergens eenig water te bespeuren is. Geen rivier, noch beekjes of vijvers. Hier en daar een steenachtige bedding van een stroom, die thans geheel verlaten is. Het water is in de diepte verdwenen en heeft zich