Naar inhoud springen

Pagina:Malot, Alleen op de wereld (vert. Keller 1880).pdf/71

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

neesmiddelen kunnen voorschrijven om den knikker uit de maag van den heer Joli-Coeur te verwijderen, wanneer de heer Capi een muilband voor zijn neus droeg? Het zou nog gaan wanneer het een ander toestel ware, dat meer in overeenstemming was met zijn vak en dat volstrekt niet voor een menschenneus geplaatst wordt.

Deze woorden wekten bijzonder den lachlust van het publiek op.

Vitalis, aangemoedigd door deze toejuichingen, vervolgde:

— En hoe zou onze bekoorlijke Dolce, onze ziekenoppasseres, aan hare welsprekendheid kunnen voldoen, en op hare bevallige wijze onzen zieke kunnen overreden, zijn ingewanden te laten schoonmaken, indien zij aan de punt van haar neus het toestel droeg, dat de vertegenwoordiger der overheid haar wil geven? Ik vraag het geeërde publiek of hij dit tusschen ons zou willen beslissen?

Het geeërde publiek, welks hulp aldus werd ingeroepen, gaf niet terstond antwoord, maar het lachen was reeds voldoende; men gaf Vitalis gelijk en bespotte den agent, en vooral schepte men behagen in de dwaze gezichten, die Joli-Coeur trok, achter den rug van den vertegenwoordiger der overheid.

Geërgerd door de woorden van Vitalis, wanhopend over het lachen van het publiek, keerde de agent, die niet tot de geduldigste menschen scheen te behooren, zich plotseling om.

Maar hij ontdekte toen den aap, die met zijn hand in de zijde als een kampvechter stond; eenige seconden lang bleven de man en het dier tegenover elkander staan en zagen zij elkaar strak aan, in afwachting, wie van beiden het eerst den blik zou nederslaan.

Het uitbundig gelach maakte een einde aan dit tooneel.

Als uw honden niet gemuilband zijn, riep de agent, terwijl hij ons met de vuist dreigde, dan maak ik proces-verbaal op; meer zeg ik niet.

— Tot morgen, signor, tot morgen, zeide Vitalis.

En terwijl de agent zich met groote schreden verwijderde, bleef Vitalis als in tweeën gevouwen, zoo eerbiedig mogelijk staan; daarop werd de voorstelling vervolgd.

Ik dacht dat mijn meester de muilbanden voor zijn honden zou gaan koopen; maar hij deed het dien avond niet en sprak zelfs in het geheel niet over zijn twist met den agent.

Ik verstoutte mij toen om zelf dat onderwerp ter sprake te brengen.

— Als u wilt, dat Capi morgen gedurende de voorstelling zijn muilband niet stuk zal maken, dan moogt gij hem van te voren wel eens passen. Hij zal er dan misschien aan gewend zijn. — Meent gij dan, dat ik ze zoo'n ijzeren masker zal opzetten?

— Mij dunkt, dat die agent zeer veel lust heeft om u in moeielijkheden te brengen.

— Gij zijt maar een boerenknaap, en evenals alle boeren zijt ge bang voor de politie en de gendarmes. Maar stel u gerust, ik