Naar inhoud springen

Pagina:Multatuli - Over Vrijen Arbeid in Nederlandsch Indie (1873).djvu/56

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
44
Vrye arbeid.


Ziet ge wel, hoe ook dáár alweder de hoofdzaak werd overzien, met opzet overzien, om de aandacht te leiden op byzaken?

En, Nederlanders, ’t zyn niet Kamers of Ministers alleen, die voortdurend met gehuichelde belangstelling in de publieke belangen, die belangen verraden, en willens en wetens de kwaal die ons teistert, door misdadig zwygen verwaarloozen. De dagbladen zyn de mond des Volks. Ik weet wel dat het spraakvermogen van dien mond belemmerd wordt door ’n domme middeneeuwsche, alle ontwikkeling tegengaande instelling — de zegelwet! — die in ’t jaar uws heeren 1861, als vroeger, u maakt tot de Chinezen van Europa. Maar al nemen we nu deze instelling als circonstance atténuante voor die spraakbelemmering aan, ’t blyft dan toch weinig minder onverantwoordelyk, hoe de redaktiën der dagbladen hare hooge roeping miskennen, de roeping: om ’t Volk voortelichten waar ’t z’n wezenlyke belangen geldt.

Aan uw geschrevene, meestal door eigenbelang uitgevonden zedelykheidsregelen hecht ik weinig. Ook stel ik geen prys op de braafheid en de deugd, die zoo genoemd wordt uit gewoonte. Maar dit wegwerpen van ’t meerendeel uwer principes schynt toch niets te maken te hebben met absentie van ware eerlykheid, en van ’n waar rechtvaardigheidsgevoel. Ik besluit hiertoe, onder anderen, uit de verontwaardiging die me bezielt by ’t lezen van de stukken dergenen die by ’t opzetten van ’n dagblad, stilzwygend de verplichting op zich namen waarheid te verkondigen.

Wanneer een Minister den mond opent, weet men dat-i gebonden is door ’n zoogenaamd program. Hy heeft, om Minister te worden, beloofd te spreken en te handelen in zekeren geest. Dit moge nu dom wezen, onmenschkundig, onpraktisch,