Naar inhoud springen

Pagina:Multatuli - Over Vrijen Arbeid in Nederlandsch Indie (1873).djvu/61

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
49
Vrye arbeid.


goedvinden de heilige zaak die ik voorsta, te onderwerpen aan de eischen eener côterie die zich ’n air geeft van wetenschap en staatkunde, door ’t voorwenden van opiniën over ’n systeem. Wanneer ik myzelf op de pynbank had willen leggen, om lange hoofdartikelen te schryven over dingen die ik niet omslachtiger weet uittedrukken, dan — zoo-als ik vaak gedaan heb — met deze woorden:

„Men bestele den Javaan niet, men zuige hem niet uit, men vermoorde hem niet. Dan zal er na eenigen tyd blyken of hy vrywillig arbeiden wil.”

Ik zeg dat hy zàl willen, en in dien zin ben ik vóór vryen arbeid. Maar ’t opwerpen van systeem-kwestiën, vóór men heeft opgehouden den Javaan te mishandelen en te plunderen, is... duitenplatery. Ge weet nu wat dit woord beduidt, hoop ik. Ik schryf teksten en geen preêken.

En de dagbladschryvers weten ’t wel. Maar die abonnés!

Hoort ge ’t, Nederlanders? Die heeren zeggen dat ge volstrekt leugens en onnoodig gehaspel over leugens, lezen wilt. Is dit zoo? Ik kan ’t niet gelooven. Waarachtig, de waarheid is pikanter van-tyd tot-tyd. Ziet maar myn geschryf... ieder koopt het. Nu weet ge met-een ’t geheim van m’n zoogenaamd talent.

Maar al ware dit zoo niet, al was de waarheid flauw en onverkoopbaar als ’n byblad van de Staats-Courant, hoe is ’t mogelyk dat ge u in uw meening over de publieke zaak kunt laten leiden door voorlichters die — de kwestiën van den dag nu eens daargelaten — in alles toonen zoo geheel beneden hun roeping te staan? Abonneert u eens voor ’n maand of wat op de Indépendance, op de Kölnische Zeitung, op de Times, en wanneer

4