Naar inhoud springen

Pagina:Multatuli - Over Vrijen Arbeid in Nederlandsch Indie (1873).djvu/64

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
52
Vrye arbeid.


’t Handelsblad, het deftige Handelsblad — en misschien andere bladen ook, maar dit weet ik niet — vertelt u dat: „in Parys de plaatsing van ’n grafschrift geweigerd is, omdat het niets bevatte tegen de zedelykheid, enz.” Ik weet niet of er kort daarna iets te kiezen viel, maar zoo ja, dan heeft datzelfde Handelsblad u voorgelicht in uwe keuze!

Onlangs verscheen er, ik meen in de Presse, eene allergeestigste satire tegen de woede van ’t reglementeeren, en de overdreven centralisatie van bureaumacht. De schryver chargeerde ’t onderwerp, door te vertellen dat ’n — zeer problematieke — koning in Zuid-Amerika, ’n reglement had gemaakt op ’t menschen-eten. Dit reglement deelde hy in gewone bureautermen mede: „Gehoord.... enz. Gelezen... enz. Overwegende... enz. Nog gelet... enz. Is verstaan... enz. Onze Minister van binnenlandsche zaken is belast... enz.” De persifflage was aardig.

Een paar dagen daarna vertelde de Amsterdamsche Courant heel nuchter, dat de koning van Araucanie het menschen-eten had afgeschaft, of althans die onhebbelykheid had gebracht onder restriktieve bepalingen in ’n besluit van zóóveel artikelen.

Ik weet alweer niet of er kort daarna iets te kiezen viel, Nederlanders, maar zoo ja, dan heeft die courant u weêr voorgelicht in uwe keuze!

En zoo’n blad — of zulke bladen, want ik citeer een uit velen — zoo’n blad matigt zich aan, meêtespreken waar ’tuw hoogste belangen geldt. De menschen, die zulke dingen samenflansen, omhangen zich met de tribunale toga, en beklimmen ’t spreekgestoelte op het forum, nadat ze even te voren den Volke hebben meêgedeeld, dat er ’n kind is geboren