Naar inhoud springen

Pagina:Multatuli - Over Vrijen Arbeid in Nederlandsch Indie (1873).djvu/65

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
53
Vrye arbeid.


met drie hoofden in ’t een of aêr onbekend dorp, of ’n kalf zonder kop, dat ’n krant kan redigeeren. Maar in zoo’n geval is ’t dorp bekend, omdat de zaak navraag lyden kan.

Ik zou kans zien dagelyks ’n heele courant te vullen, alleen met de verkorte mededeeling der zotternyen van andere kranten. Dit nu zou ’n vervelend werk wezen, en ik bepaal me liever tot de beide staaltjes die ik ten-beste gaf om u te waarschuwen, Nederlanders, tegen den invloed dien ge op u laat uitoefenen door dezelfde pennen die zulke bêtises schreven.

„O,” hoor ik antwoorden, „zotternyen van deze soort raken de hoofdartikelen niet! ’t Zyn produkten van de dii minorum gentium, van de redakteurs 2e, 3e... 7e klasse, en wyzelf lachen daarom.”

Ei! Maar hoe weet dan het Volk waar ’t u moet gelooven, en waar niet? Hoe kan men weten wat kermisgrappen zyn, en wat ernst is?

Aan de bladzyde? Is ’t ernst, goede wezenlyke ernst wat ge schryft op pagina één? Staan de domheden op de achterzyde, op de derde bladzy, in ’t byvoegsel? Wáár, als ’t u belieft? Of liever, maar staan ze niet? Want, neemt my niet kwalyk, ik vind ze overal, en zeker niet minder op de voorzyde uwer bladen, dan in de buurt der wonderkinderen of afwezige kalfskoppen.

En die kinderen, die koppen, doen niemand kwaad. Maar uw zoogenaamde hoofdartikelen doen wèl kwaad. Als men zulke lange vertoogen leest over de juiste bedoeling van Art. 56 van ’t Regeeringsreglement van Neêrlandsch-Indië, waarin gesproken wordt over het bevorderen van Vryen-arbeid door