Naar inhoud springen

Pagina:Multatuli - Over Vrijen Arbeid in Nederlandsch Indie (1873).djvu/67

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
55
Vrye arbeid.


delyk systeem met aanhangers, tegenstanders, voorvechters, renegaten...

Een systeem in ’t eind, zoo-als menschen zonder denkbeelden noodig hebben om hoofdartikels te schryven.

Beproeft het eens, myne heeren dagbladschryvers.

En — ik ben bon prince — ik geef u zelfs de keus tusschen twee systemen, tusschen meer systemen, tusschen ’n systeemlooze oneindigheid van verschillende systemen. Lacht u dit niet toe?

Het eerste — maar dit raad ik u af, omdat het te eenvoudig is, en te veel talent zou vereischen om verdedigd te worden — het eerste systeem is dat ’n Gouverneur-Generaal z’n plicht moet doen, en zorg-dragen dat de Javaan niet mishandeld wordt. Dit is myn systeem en voor ulieden te moeielyk.

Maar al die anderen! Inderdaad, embarras de choix! Ziet eens:

Eerste systeem. Schets van bewerking. »De Javaan, myne heeren, de Javaan is ’n mensch. De mensch, myne heeren, de mensch is zondig. De zonde komt van den duivel, myne heeren, en die duivel, myne heeren, gebruikt de ledigheid van de Javanen tot oorkussen. Het is onze plicht, myne heeren, den duivel z’n oorkussen aftenemen. Dit oorkussen is op de laatste koffiveiling verkocht voor zooveel centen ’t pond. Wy laten ons niet in met holle redeneeringen, myne heeren! Wy laten de cyfers spreken. Ziet hier de staten van invoer, van verkoop, van netto provenu. En nu willen sommigen beweren, dat de consignatie van dat beddegoed des duivels...

Ziet ge, heeren dagbladschryvers, daar zit ge in twee sprongen op de Consignatie. Verleidt u dit niet?