redenen moet gehad hebben om hier, zoo geheel tegen gewoonte en smaak, duidelyk te wezen?
De bescherming van den Javaan is des Gouverneur-Generaals eerste plicht. Dit herhalen wy. Hac nitimur, hanc tuemur, als een oude gulden. De Landvoogd die zich zou verstouten dien eersten plicht uitteoefenen nadat ze door voorafgaande andere plichten, de dertiende, of — o gruwel! — de zeven-en-twintigste plicht zou geworden zyn... zulk ’n Landvoogd... God zy gedankt, zulke Landvoogden bestaan er niet. En àls ze bestonden... maar neen, ons dagbladhoofdartikel-schryversgemoed verzet zich tegen zulke veronderstellingen, en met deze voorloopige ontwikkeling van ons stelsel besluiten wy dit eerste artikel over ’t eerstelingschap der verplichtingen van den Gouverneur-Generaal.”
Deze charge is niet zoo sterk als ze schynt. In de Tweede-Kamer heeft de Oud-Minister Myer gemeend den Gouverneur-Generaal dien ik aanklaag van plichtverzuim, te verontschuldigen — niet door te zeggen, dat ik onwaarheid had gesproken, o neen! — maar door de bewering dat die Gouverneur-Generaal eens, heel in ’t begin van z’n bestuur, z’n „eersten” plicht vervuld had. En niemand protesteerde! Als dus deze of gene dagbladredakteur myne proeve van bewerking tot de zyne maken wil, en ’n systeem scheppen door speling met het woord: eerste, dan kan hy al terstond rekenen op ’t bondgenootschap van den heer Myer en van al die zwygers. Ja, ja, met ’n beetje talent ware daarvan inderdaad ’n staatkundige party te maken. De thans regeerende partyen hebben niet veel meer om ’t lyf.