als de oorzaak verlegd wordt naar ’n ander land? Schryven niet zedelykheid, godsvrucht en broederliefde — om nu niet te spreken van alle andere volkomenheden waarin de Nederlanders van onze party ten-allen-tyde zoo byzonder hebben uitgemunt — schryven ze niet gebiedend voor, ons opteofferen voor onze medeschepselen daarginder? Is niet elk Hoofd op Java gevrywaard tegen begeerte naar den buffel van den arme, als slechts de G.G. voortdurend zorgt dat die arme nooit ’n buffel bezit? Als wy, door trouw ons stelsel te behartigen, elken buffel converteeren in vrybriefjes voor de Haagsche opera, of aandeelen in de Nederlandsche Handelmaatschappy? Hebt ge er ooit van gehoord dat ’n Javaansch Hoofd hebzuchtig is geworden naar ’n buiten by Deventer of ’n optrek te Driebergen? Ziehier ons stelsel: men neme de oorzaak der kwaal weg, en de kwaal zal verdwynen. Cessante causâ cessat effectus, heeft Quinctilianus gezegd, en wy zeggen dit dien grooten lierdichter in volle overtuiging na, niet zonder achtteslaan op de nooit genoeg te waardeeren grondstelling van Hippocrates, dat sommige dingen in de wereld hare oorzaken hebben. Het hart bloedt ons by ’t beschouwen van al de menschen die anders denken dan wy, en die zich abonneeren op kranten van ’n verkeerd stelsel. De aanvallen die wy gedurig ondergaan, over de onjuistheid onzer mededeeling dat er te X. een drieling was ter-wereld gekomen, toont ten-duidelykste aan dat men zich niet ontziet ook de meest verachtelyke wapenen ter-hand te nemen om ons en ons stelsel te bestryden. Verdrajing onzer woorden, sophistische uitlegging van uit het verband gerukte zinsneden, ziedaar alles wat die tegenparty instaat is te doen. Wy houden met de hand op ’t geweten staande dat er te X. drie kinderen zyn geboren. Dit is ons stelsel, myne Heeren. Maar wy hebben niet beweerd, zoo-als die andere krant ons aanwryft, dat die kinderen geboren zyn van ééne moeder, noch dat ze geboren werden op denzelfden dag. Zóó rukken ze alles uit het verband, de verblinden die den ondergang beoogen van onzen geeerbiedigden Koning, van ’t dierbaar Vaderland en van ons stelsel. Op hen komen de gevolgen, op hen en hunne abonnés. Wy voor ons, wy zullen voortgaan...
Goed, ga voort! Voor heden genoeg, heeren dagbladschry-