Naar inhoud springen

Pagina:Nederlandsche Staatscourant 1828 no 158.pdf/3

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

den Staatsraad, ontmoette vooral eenen hevigen tegenstand van de zijde van den Heer Gaëtan de la Rochefoucauld, wiens voorste omtrent de beperking der bevoegdheid van dit Staats-ligchaam nog bij de Kamer hangende is. Hij beweerde, dat de Staatsraad het schandelijkst misbruik maakte van de Regterlijke Magt, die dezelve zich had aangematigd; vonnis velde in zaken, die niet behoorlijk onderzocht waren; zich aan het oordeel der Koninklijke Geregtshoven niet bekreunde, en de werking der verschillende Magten zoodanig verlamde, dat zulks niet langer geduld konde worden. Ten bewijze daarvan, haalde hij verscheidene regtszaken aan, omtrent welke de Staatsraad, naar zijne meening, op eene onverantwoordelijke wijze gehandeld had.
Deze redevoering veroorzaakte groote onstuimigheid in de Vergadering, te midden waarvan de Heer Cuvier den Staatsraad, waartoe hij zelf behoort, met veel vuur verdedigde, en onder anderen zeide, dat, indien de beschuldigingen van den vorigen spreker slechts eenigen grond hadden, hij en zijne ambtgenooten niet slechts onteerd zouden zijn, maar zelfs verdienen zouden op het schavot te komen.
Onder dit groote gedruisch werd de Vergadering, die reeds langer dan gewoonlijk bijeen was geweest, gescheiden.

ENGELAND.

De Times deelt eenen brief mede, dien een Katholijk Bisschop in Ierland, de Heer Doyle, aan den Hertog van Wellington geschreven heeft, en waarin deze geestelijke de middelen aan de hand geeft, waardoor de vrees voor de gevaren, die men in de gelijkstelling der Katholijken zag, zoude kunnen weggenomen worden. Deze gevaren zijn, volgens den Bisschop, van tweederlei aard, en betreffen in de eerste plaats den invloed van den Pauselijken Stoel op de Iersche Geestelijkheid, en in de tweede plaats den invloed dier Geestelijkheid zelve op hare Leken. De vrees voor dit eerste gevaar is, naar zijne meening, allezins overdreven: de invloed van den Paus op andere Staten is in de laatste eeuwen zeer afgenomen, en het laat zich niet aanzien, dat dezelve weder zal aangroeijen, ten zij Europa op nieuw tot dien staat van barbaarschheid mogt verzinken, waarin het zich voor vier honderd jaren bevond. Om evenwel alle vrees te dezen aanzien te doen ophouden, stelt de Heer Doyle voor, om met den Heiligen Stoel in eene schikking te treden, die voornamelijk tot doel moest hebben, dat de Paus zijne geestelijke magt over de Iersche Katholijken aan een of meer Bisschoppen opdroeg, die door Zijne Heiligheid, onder goedkeuring van het Engelsch Bestuur, benoemd zouden worden.
Aan den anderen kant beweert de Bisschop, dat, indien de Iersche Geestelijken eenen meer uitgestrekten invloed op hunne leken uitoefenen, dan met hunne verpligting als dienaars van de Godsdienst overeenkomt, zulks alleen moet worden toegeschreven aan den staat van onderdrukking, waarin zich de R. K. bevolking van Ierland bevindt, en aan de partijdigheid, welke de Engelsche Regering ten haren aanzien aan den dag legt. Zoodra men dus de wezenlijke oorzaak van dit kwaad wegneemt, zal hetzelve ophouden te bestaan, en men zal alsdan vrij wat beter zijn doel bereiken, dan door de Geestelijkheid eene bezolding uit ’s Rijks schatkist toe te leggen, en dus dezelve in zekeren zin om te koopen.
De Times is het met den Bisschop eens, dat de beste waarborg tegen eenen ongepasten invloed der Roomsch-Katholijke Geestelijkheid daarin zoude bestaan, dat aan de belijders dier godsdienst het vol genot hunner grondwettige regten geschonken wierd. Houdt men het echter voor noodzakelijk, om nog meerdere waarborgen te eischen, dan beteekent het, volgens dit dagblad, zeer weinig, om aan de Engelsche Regering eenen ontkennenden invloed op de benoeming der geestelijken te geven, en het voorstel van den Heer Doyle daaromtrent zoude zelfs aanleiding tot het vermoeden kunnen geven, dat hij zijn gezag en dat zijner Mede-Bisschoppen ten koste van den Heiligen Stoel zoude willen uitbreiden, onder den Staat, ten wiens behoeve deze aanwinst heet ondernomen te worden, daarin eenig aandeel te gunnen.



BINNENLANDSCHE BERIGTEN.

Ten gevolge van een verzoek van den Heer Vikaris-Generaal van het openstaande Bisdom van Doornik, heeft Zijne Majesteit, bij Besluit van den 9den Junij 1828, no. 122, veroorloofd, dat de Bisschop van Kamerijk de wijding aan onderscheidene Seminaristen der Bisdommen van Doornik en Gent, in de loopende maand Julij zoude toedienen.

— De Provinciale Staten van Zuid-Braband hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen de Heeren: Jonkhr. F. J. G. de Snellinck, H. J. A. van den Hove en Claessens Moris.
De Staten der Provincie Oost-Vlaanderen de Heeren: J. J. Huyttens Kerremans, C. L. de Waepenaert en W. Goelens.
De Staten der Provincie Namen den Heer F. A. G. Fallon.
De Staten der Provincie Zeeland den Heer Mr. B. J. Boddaert.
De Staten der Provincie Groningen de Heeren Jonkheer J. Hora Siccama van Slochteren, en J. Gockinga.

ADVERTENTIEN.

MINISTERIE VAN JUSTITIE.

⁂ Bij vonnis der Regtbank van eersten aanleg, zitting houdende te Rotterdam, van den 9den Junij 1828, is een regterlijk onderzoek bevolen, ten einde te bewijzen de afwezigheid van den persoon van Stephanus Wilhelmus Couwenberg.

⁂ Bij vonnis der Regtbank van eersten aanleg, zitting houdende te IJperen, van den 13den Junij 1828, is afwezig verklaard de persoon van Pieter Leopold Gaillarde.

DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN.

⁂ Bij het Departement van Binnenlandsche Zaken zijn, in de afgeloopen week, behalve de gewone dagbladen, ingekomen de navolgende werken:

BOEKWERKEN.

Le Hollandais rendu facile, précédé d’un précis de grammaire; Liège, chez Veuve J. Desoer, 1828.
Opleiding tot waarheid en deugd, voor jongelingen en jonge dochters; in gesprekken tusschen een vader en zijn zoon. Uit het Engelsch; door B. F. Tydeman; te Dordrecht, bij J. de Vos en comp., 1828.
Het leven van Julius Agricola, geschetst door C. C. Tacitus. Uit het Latijn vertaald en met aanmerkingen voorzien, door Mr. P. S. Schull, Advokaat te Dordrecht; te Dordrecht, bij J. de Vos en comp., 1828.
Anna en Antje, of, De belangrijkste winter van mijn leven; te Dordrecht, bij J. de Vos en comp., 1828.
Jacob Vosmaer’s Apothekers woordenboek, of, Uitvoerig zamenstel der Apothekers-kunst en daartoe voorbereidende wetenschappen, in eene alphabetische orde. Tweede deel, eerste gedeelte, met platen. — Na des schrijvers overlijden, vervolgd door Claas Mulder, M. et Ph. D., Hoogleeraar te Franeker; te Zutphen, bij H. C. A. Thieme, 1828.
De belangrijkste Nederlandsche Vrouwen, van vroegeren en lateren tijd, in geschiedkundige en zedelijke tafereelen geschetst; te Zutphen, bij H. C. A. Thieme, 1828.
Methodiek overzigt van de thans in het Koningrijk der Nederlanden nog werkende Wetten en Gouvernements Besluiten, in zaken van zegel, registratie en griffie, doar Jhr. Mr. J. F. van Breugel, Verificateur der registratie van de 2de klasse, in de provincie Gelderland; te Zutphen, bij H. C. A. Thieme, 1828.
Le Parfait Calligraphe, ou, Méthode pour apprendre soi-même à écrire en peu de leçons, par François Magnée, Calligraphe du Roi, Membre de l’Athénée des arts de Paris; Mons, chez Piérart.
Zamenstel der Christelijke Zedekunde, door Dr. Frans Volkmar Reinhard, in leven eersten Hofprediker van den Koning van Saksen, enz. Naar de laatste, vermeerderde en verbeterde Hoogduitsche uitgaaf. Tweede deel; te Deventer en Franeker, bij A. J. van den Sigtenhorst en G. Ypma, 1828.
De Vereenigde Staten van Noord-Amerika, in hunne staatkundige, godsdienstige en maatschappelijke betrekkingen beschouwd, door C. Sidons, burger der Vereenigde Staten van Noord-Amerika; te Leeuwarden, bij Steenbergen van Goor, 1828.
Vermaking van Mr. Willem Bilderdyk; te Rotterdam, bij A. F. H. Smit, 1828.
Verzameling van gewijsden van het Hoog Geregtshof te ’s Gravenhage, deor Mr. W. Y. van Hamelsveld, Raad in het bovengemelde Geregtshof, (IVde deel, IIde stukje); te Rotterdam bij de Weduwe J. Allart, 1828. De prijs bij inteekening ƒ 1.19 cents, buiten inteekening ƒ 1.49 cents.
Zestal Leerredenen, door K. van Rinteln, Predikant te Ossendrecht; te Rotterdam, bij de Weduwe J. Allart, 1828.
Oude aardrijkskunde met de nieuwe vergeleken; een leer- en leesboek, inzonderheid voor zoodanigen ingerigt, welke in die wetenschap niet geheel onervaren zijn, en zich met ernst op de klassieke studien toeleggen. Naar het Hoogduitsch van Dr. F. C. L. Sickler vrij bewerkt, door Dr. J. J. Hisely, (vierde en laatste stuk); te Rotterdam, bij de Wed. J. Allart, 1828.
Geschiedkundige Aanteekeningen, betrekkelijk de Lijfstraffelijke regtsoefening te Amsterdam; voornamelijk in de zestiende eeuw, door Jacobus Koning, Lid van het Koninklijk Nederlandsch Instituut enz.; te Amsterdam, bij Johannes van der Hey en Zoon, 1828.
Naamwijzer en adresboek der leden uitmakende het stedelijk Bestuur van Amsterdam, alsmede van deszelfs ambtenaren en officianten, van de regterlijke magt, de lands-ambtenaren, de leeraren, enz.. Van Mei 1828 tot Mei 1829; te Amsterdam, bij P. den Hengst en zoon.
Keur van Nederlandsche Letteren (een en vijftigste stukje); Amsterdam, bij M. Westerman, 1828.

TIJDSCHRIFTEN.

Magazijn voor de rekenkunst; een Tijdschrift, hoofdzakelijk ten doel hebbende de bevordering der gewone of lagere rekenkunst. Eerste deel, 2de stukje; te Breda, bij Broese en comp., 1828.
Euphonia; Tijdschrift voor den beschaafden Stand (uitgave voor de maand Junij 1828), no. 22 tot no. 26 (vijftiende jaar); te Utrecht, bij F. D. Zimmerman.
Algemeene Konst- en Letterbode, voor het jaar 1828, no. 28; te Haarlem, bij de Wed. A. Loosjes Pz.
De Weegschaal, voor 1828, no. 9; te Leijden, bij J. J. Thyssens en zoon, 1828. De prijs 45 cents.
De Nederlandsche Hermes, derde jaargang (voor Julij 1828), no. 8; te Amsterdam, bij M. Westerman. Prijs 70 cents.
Letterkundig Magazijn van Wetenschap, Kunst en Smaak (voor het jaar 1828, no. VIII en IX); te Amsterdam, bij G. van. Dyk.
Philopaedion, tijdschrift voor de jeugd, zevende deels, derde stuk; te Amsterdam, bij A. Vink, 1828.
Algemeen Letterlievend Maandschrift, twaalfden deels, negende stuk; 1 Julij 1828; te Amsterdam, bij A. Vink, 1828.
Vaderlandsche Letteroefeningen, voor Julij 1828, no. VIII en IX; te Amsterdam, bij G. S. Leeneman van. der Kroe en J. W. Yntema.
Nieuw Christelijk Maandschrift, voor den beschaafden Stand. Uitgegeven door de Ringsvergadering van Amsterdam, tweede deel, no. VII; te Amsterdam, bij Johannes van der Hey en zoon, 1828.
De Recensent, ook der Recensenten, XXIste deel, no. 6; te Amsterdam, bij Johannes van der Hey en zoon; Junij 1828.
De Vriend des Vaderlands. Een tijdschrift, toegewijd aan den roem en de welvaart van Nederland en in het bijzonder aan de hulpbehoeftigen in hetzelve (uitgegeven van wege de Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid), tweede deel, no. VI; te Amsterdam, bij Johannes van der Hey en zoon, 1828.
Schei-Artsenijmeng- en Natuurkundige Bibliotheek, bijeen verzameld door B. Meylink, honorair-lid des Apotheker-Vereins in het noordelijk Duitschland, corresponderend lid van het Geneeskundig Genootschap Experientia et Ratione te Leuven, en van het Genootschap ter bevordering van Genees-, Heel-, Verlos- en Scheikunde, onder de zinspreuk: Vis unita fortior, te Hoorn, Apotheker en Chimist te Deventer. (Vijfde deel, no. V); te Amsterdam, bij Lodewyk van Es, 1828. Prijs 60 cents.
De arke Noach’s (tweede jaargang) no. 4, 1828; te Amsterdam, by Anton Cramer en comp.