OFFICIEEL GEDEELTE.
Bij Koninklijk besluit van den 10den October 1881, no. 27, zijn benoemd bij het wapen der infanterie:
bij het 1ste regement, tot kapitein, de 1ste luitenant J. J. Wierts, van het 5de regement;
bij het 4de regement, tot majoor, de kapitein P. L. H. M. B. D. Kraal, adjudant bij het corps;
bij het 7de regement, tot kapitein, de 1ste luitenant J. M. Campbell, van het regement grenadiers en jagers;
bij het 8ste regement tot kapitein, de 1ste luitenant-adjudant J. G. Portegies, van het 3de regement, alsmede de 1ste luitenant jhr. A. C. J. Wittert, van het regement grenadiers en jagers.
MINISTERIE VAN MARINE.
De luitenant ter zee der 1ste klasse D. G. Brand, gedetacheerd bij ’s Rijks werf te Willemsoord en belast met de waarneming der betrekking van officier van politie, wordt met den laatsten dezer op non-activiteit gesteld en met den 1sten November daaraanvolgende vervangen door den luitenant ter zee der 1ste klasse H. Nijgh.
De luitenants ter zee der 2de klasse F. M. A. Mathon en W. A. Mouton en de officier van administratie der 3de klasse H. J. Verveen, uit Oost-Indie in Nederland teruggekeerd, zijn op non-activitsit gesteld.
De gewone audientie van den Minister van Marine zal op Vrijdag, 14 dezer, niet plaats hebben.
MINISTERIE VAN WATERSTAAT, HANDEL EN NIJVERHEID.
Namens den Koning is door den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, tot wederopzeggens, aan den heer F. V. de Groof te Hansweert, vergunning verleend tot den aanleg en het gebruik eener electrische geleiding tusschen Hansweert en Wemeldinge.
’s Gravenhage, 12 October 1881.
NIET-OFFICIEEL GEDEELTE.
BINNENLAND.
De afdeelingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal hebben benoemd tot rapporteurs:
voor hoofdstuk III der Staatsbegrooting voor 1882 (Departement van Buitenlandsche Zaken), de heeren de Beaufort, Patijn, Viruly Verbrugge, Cremers en Schimmelpenninck van der Oye;
voor hoofdstuk IV derzelfde begrooting (Departement van Justitie) en voor de begrooting wegens den arbeid der gevangenen voor 1882, de heeren Heydenrijck, Mackay, de Savornin Lohman, Oldenhuis Gratama en Wintgens;
voor hoofdstuk V (Departement van Binnenlandsche Zaken), de heeren de Vos van Steenwijk, van der Hoop van Slochteren, Dijckmeester, Sickesz en van der Linden.
Hierachter wordt medegedeeld het Overzigt van de opbrengst der middelen over de maand September 1881.
Bij de op 12 October jl. aan het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid gehouden aanbesteding van het maken van eenige werken aan den benedenmond der Nieuwe Merwede, onder de gemeente Zwaluwe, zijn ontvangen de volgende inschrijvingen:
| L. A. van Haaften, te Sliedrecht, | voor | f | 38,673 |
| C. van der Plas, te Hardinxveld, | » | 36,442 | |
| D. C. Hakkers, te Werkendam, | » | 40,800 | |
| T. Volker, te Dordrecht, | » | 44,200 | |
| A. Volker Lzn., te Sliedrecht, | » | 36,000 | |
| T. Smit Mzn., te Wijk, | » | 43,000 | |
| A. G. Huyskes, te Hedel, | » | 45,570 | |
| C. Roskam Jzn., te Sliedrecht, | » | 34,945 |
Koninklijke Akademie van Wetenschappen.
Afdeeling Letterkunde.
Vergadering op Maandag 10 October 1881.
Tegenwoordig de heeren C. W. Opzoomer, voorzitter, M. de Vries, J. Dirks, G. de Vries Az., W. C. Mees, N. Beets, S. A. Naber, R. Fruin, J. A. Fruin, H. van Herwerden, J. G. de Hoop Scheffer, J. P. N. Land, M. F. A. G. Campbell, C. Vosmaer, P. de Jong, J. G. R. Acquoy, J. Habets en J. C. G. Boot, secretaris.
De heer Habets spreekt over de ligging der poststatien (mansiones) op de Romeinsche heerbaan van Tongeren naar Nijmegen, volgens de kaart van Peutinger en eigen onderzoek, een weg, die van Smeermaas tot Cuyck nog voor het grootste gedeelte bestaat. Hij betoogt dat vele oude voorwerpen te Mulhem, Heel, Blerick en Cuyck gevonden en de afstanden tusschen die plaatsen het waarschijnlijk maken dat men daar de mansiones Teresne, Catualium, Blariacum, Ceuclum moet zoeken. De spreker biedt zijne bijdrage aan voor de Verslagen en Mededeelingen.
De heer Land vertoont en bespreekt vier drukken van Spinoza’s Tractatus Theologico-Politicus, allen te Hamburg bij Hendrik Künraht of Künrath verschenen met het jaartal CIƆIƆCLXX. Hij bewijst dat de uitgaven B, C en D allen latere drukken zijn van de editio princeps A, en meent dat die nieuwe kwarto uitgaven verschenen zijn na het placaat van verbod van den Hove van Holland in dato 19 Julij 1674.
Ook deze bijdrage zal in de Verslagen en Mededeelingen worden opgenomen.
Bij de aanbieding van een exemplaar van den catalogus van het Museum van het Friesch genootschap te Leeuwarden, vestigt de heer Dirks de aandacht op die rijke en belangrijke verzameling en deelt mede dat de heer L. Pigorini van Parma, hoogleeraar in de praehistorische archaeologie te Rome, in een terp bij Hantum stellige sporen van paalwoningen heeft gevonden.
Daarna wordt de vergadering gesloten.
Weerkundige waarnemingen.
(Medegedeeld door het Koninklijk Nederlandsch Meteorologisch Instituut.
Overzigt van de weêrsgesteldheid in Europa.
12 October 1881.
Het barometerverschil is ongunstig gebleven, doch iets kleiner geworden; de barometer daalde in ons land en Belgie 1 à 3, in Duitschland 5 à 8 m.M.
De wind is meest tusschen Z. W. en W., staat in het Noordwesten van ons land en in Noord-Duitschland eenigzins door.
In het Noorden van ons land werd het 1° kouder, in het Zuiden en Belgie iets warmer; in Duitschland rees de thermometer 1 à 7°.
In ons land viel overal een weinig regen; de lucht is meest min of meer bewolkt.
ADVERTENTIEN.
MINISTERIE VAN MARINE.
Berigt aan Zeevarenden.
Lichtschip Terschellingerbank. Noordzee.
De Minister van Marine brengt, als vervolg op zijne aankondiging van den 17den dezer, ter kennis van belanghebbenden, dat het lichtschip Terschellingerbank, is verlegd geworden ongeveer 1 geographische mijl in de rigting van Z. Z. W., ½ W. per miswijzend kompas, in 14½ vaam (van 1.8 M.) gewoon laagwater; zijnde in verband hiermede tevens verlegd de 2 tonnen, die tot aanwijzing dienen van de plaats van het lichtschip.
De geographische ligging van het lichtschip komt mitsdien ongeveer:
53° 29´ N. Breedte; en 4° 53´ O. Lengte Greenwich.
’s Gravenhage , 28 September 1881.
Voor den Minister,
De Secretaris-Generaal,
Broekhoff.
MINISTERIE VAN WATERSTAAT, HANDEL EN NIJVERHEID.
Rijks-Waterstaat.
PROVINCIE ZUIDHOLLAND.
Aanbesteding.
Op Maandag, 31 October 1881, des voormiddags ten 11½ ure, zal, onder nadere goedkeuring, door den Commissaris des Konings in de provincie Zuidholland, of, bij zijne afwezigheid, door een der leden van de Gedeputeerde Staten, en in bijzijn van den Hoofdingenieur
