Naar inhoud springen

Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1620-10-14 (1).djvu/7

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

7

Bucquoy hebben Wittingauw 14. mijlen van hier sterck beleghert, den Furst van Anhalt hadder volc in ghebrocht, ende ligt nv tot Wissely, is van meyninghe Wittingauw te ontsetten, hy verwachten Radei Ferents, met allen die Sevenburghsche Ruyterije, die ettelijcke duysent sterck is, ende soude in het Boheemsche Legher aencomen.
Daer zijn duysent nieu aenghenomen Soldaten te voet naer Pautsen ghesonden, onder des Oversten Luytenant Spehe Commandement den Marckgraef van Jagherendorp verwachten oock de Hunghersche Ruyterije.

Met schrijven wt Zaltsburgh der stadt Muchen.

Hier tot Muchen is een tijdinghe comen als dat den Graef van Mansvelt soude met zijnen Legher over ghevallen wesen aen des Keysers zijde, d’welck een groote afbreuck soude zijn voor de Boheemsche Rebellen, van de sekerheyt salmen den Leser met den eersten laten weten.
Tot Praghe ismen in groot ghevaer, van sorgen oft het Legher daer voor quame, de Rebellen hebben veel volcx maer weynich gelt, ende zijn alles op de been, watter nv van comen sal wilt ons den tijt leeren.

Imprimi poterit Z.D.H.P.A.

FINIS.