Naar inhoud springen

Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1620-10-14 (2).djvu/6

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

6

in ghenomen.
Op den Bamis dach is zijn Excellencie den Marquis Spinola te Oppenheym over de Brugge ghetrocken met ontrent dry duysent peerden, ende over de ses duysent voetknechten, alles wt ghelesen volc, hier int legher en wistmen niet waer zijn Excellentie den wech henen nemen soude, men verhoopten datmen tot Hanauw den Prins van Nassouw met de nieuwe Enghelsche soude gaen versoecken met de Cavaillerie om te slaen, waer toe de Soldaten de handen ioeckten, want hebben allen daghe het lijf vol van den goeden excellenten Reynschen Baey, vn Vin ſtupende, oft Vino del Rhin, alias Bacharach.
Sijn Excellencie den Marquis Spinola heefdt zijn legher in dry deelen doen verdeylen, ende waer zijn Excellentie Spinola compt, den vyant vlucht al voor de hant wech.
Men verstaet hier dat die van de neersijde vande Gheunieerde Provintien wt den Naeme vanden Brandenborch by Ceulen zijn gekomen, met schuppen, spaeyen, ende andere Instrumenten, dienende om eenighe Fortificatien te maecken, alwaer zy tot Monnem boven Ceulen op een Eylandt gheleghen in den Rhijn, een Fort willen maken, wat datter af komen sal wilt ons den tijt leeren.
De plaetsen die zijn Excellentie den Marquis Spinola heeft in ghenomen, in Pfaltz-Graven lant

als