6
wylieden aen v lieden mits desen wt goethertighe wel meyninghe, op dat ghylieden v schier oft morgen niet en soudet ouer ons beklaghen, ende dat niemant van v lieden van Ignorantie en soude moghen pretenderen, ende dat achtervolghende de by gevueghde orignele stucken. Ende daerenboven is de Hooch genoemde Heer Keyserlijcke Generael, die nu ter tijdt is gheconfirmeert, ende gheproclameert op den dach vanden H. Mattheus Generalissimo, bereet v lieden ende elcker plaetsen Hooft-Lieden vande Gevreyde Ridderschap des Rijnsche, Wetterauschen, ende toebehoorende plaetsen te ontfanghen in zijnder genade ende bescherminghe, achtervolgende het Keyserlijck schrijven, ende dat tot verhoedinghe van alle misbruycken vanden voorgaenden, Eedelijcken ende lijffelijcken Eedts, Verpflichtinghen vande Hooftlieden, op dat sylieden sulcx aen niemanden en souden consenteren, ende dat elckeen in Hooch Ghedaghte roomsche Keyserlijcke Majesteyts devotie, ende onderdanigheyt soude moghen blijven. Dit doende blijven wylieden, in v lieden ghehouden tot alle goede vrientschappe naer allen ons vermoghen, Ghegeven tot Ments den 26. Septembris Anno 1620.