Naar inhoud springen

Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1620-11-27.djvu/7

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

7


Den 10. Nouember zijn wy op ghetrocken van Olssum, ende zijn ghecomen wederom in een vlecke oft plaetse ghenoempt Filsem dat Pfalts-Graven Lant is, wy hadden daer ouer acht dagen noch eens ghelogheert.
Den 9. Nouember des auonts soo trock oppe Sr. de Meſſia Maiſtre de Campo van een Regiment Spagniaerts met 3. stucken gheschuts, ende eenen Mortier, Den Cappiteyn Godevaert Anthonissen hadde Ordre van zijn Excellentie van Marquis Spinola, dat hy hen soude 50. Boots-gesellen mede gheven, soo soude hy zijnen Luytenant met den Stierman van Cappiteyn Fop Janssen, met de voornoemde Boots-ghesellen, ende soo trocken zy alle den nacht, tot dat zy smorghens quamen voor een sterck Casteel ghenoempt Pickelen, soo hebben zy des sanderdaechs den 10. Nouember smiddaechs daer oppe beginnen te schieten, met 3. halve Cartouwen tot sauonts de clocke thien uren, sy hebben op het Casteel gheschoten een hondert ende dertich scheuten, ten lesten soo hebben zy van binnen haer ouer ghegheven op Misericordia van den Marquis, op ghenade oft onghenade.
Het Casteel was heel sterck, daer en waren maer 50. Musquettiers op, de welcke alle gevangen zijn, daer was groot goet op ghevlucht, soo dat de Sol-

daten