Naar inhoud springen

Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1620 Schriftelijcke insinuatie.djvu/4

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

4

soudet, noch des Torckschen Vasal ende Slaeve te worden, wiens hulpe ende assistentie V. L. niet kunder ghederven, het welcke eene groote verwachtinghe ende versmadenisse sal wesen, voor de loffelijcke duytsche Natien, ende der selver groote vryheyt, principalijcken van beyde de Coninckrijcken, Hungaren, ende Bohemen, ende andere Oosten-rijcksche Erff-landen, de welcke door soo ontallijcke costen moeten, ende vergietinghe van soo veel Christelijcx bloets, tot noch zijn beschermpt gheweest, nu in perijckel ghestelt worden, vande Turcksche slavernije, iae dat gheheele Rijck tot roof ghegheven wordt, aen alle vremde Natien, ende besonder V. L. als eenen aensienelijcken Ceurvorst des Roomschen Rijcx die by zijn Landt ende Ondersaeten in groote Authoriteyt ende gherustheyt, wel hebt connen leuen, v seluen in sulcken groote onruste ende perijckel hebt begeuen, ende dat om uwent wille soo veele landen geruineert ende menichte van onschuldich Christelijckx bloets moeten worden. Sonder dat v. l. achtervolgende de ingeplante constitutien quid tibi non vis fieri altere ne feceris, alsulcke vremde Croone haeren gerechten ouden Coninck restitueert, ende de oprurige Landen wederomme in stilte brenght, ende het loff ende exempel van uwen Neve den Dieren Helde, Marckgrave Philips, Hooch-loffelijcker ghedach-

tenisse