Naar inhoud springen

Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 026.djvu/6

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

6

ghestelt inde geuanckenisse, alwaer hy noch niet en heeft bekent, maer is so abominabel oft grouwelijck, dat hy altijt seght, dat hem seer leet is, dat den Coninck noch leeft, ende dat hy hem niet ghedoot en heeft.

Onbegrijpelijcke nieuvve Tydinghen.

Wt Thyrna van Ianuarij, 1621.

OP den Landt-dach alhier heefdt Betlehem Gabor aen de ghecompareerde Standen van Hooch ende Leech Hungharyen, onder andere dese Propositie te voorens ghehouden.
Dat naerdemael die van Bohemen ende Morauien den meestendeel de Confœderatie ghebroken hebben, ende van den Coninck Frederick zijn af gheweken.
Waeromme dat het nu tijt is on te resolveren totter Oorloghen, ofte tot eenen Vrede, want hy Bethlehem Gabor hem laet voorstaen dat hy tot alle beyde conditien middelen is wetende.

Tydinghe vvt den Opper-Paltz.

De Soldaeten vanden Hertoch van Beyeren hebben een partije van des Mansuelts Soldaten doot-

ghe-