Pagina:Noorsche Volksvertellingen.djvu/9

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd



De Noren loopen zeer hoog met het boekske, waarvan hier de fraaiste vertellingen den Nederlandschen lezer worden aangeboden. En ze hebben reden te over voor die waardeering. Terwijl toch aan den eenen kant de belangstelling gewekt wordt door den inhoud der sagen uit »het schemerdonker des volkslevens", staat men aan den anderen verrukt over »de warme teekening van land en volk", die den aantrekkelijken achtergrond der vertellingen uitmaakt. Zou dit dus reeds in staat zijn, de ingenomenheid te verklaren, waarmede Asbjörnsen’s arbeid bij zijne landgenooten werd ontvangen, de dienst, welken hij ook met dit product der Noorweegsche litteratuur bewees, wettigt die genegenheid te meer.

De letterkunde van dit volk werd zich hare roeping eerst volkomen bewust, toen zij zich aansloot bij het volk zelf; toen zij het leven en streven van dat volk zich ten onderwerp koos. Had zij tot nog toe aan den leiband harer Deensche zuster geloopen, zij leerde op eigen beenen staan, toen hare dichters en prozaïsten