100 BAND KUNDIGE TAFELEN.
zijn begin aan 't midden van den bovenrand, digt bij de inplanting van de fchouderblads tongbeen- fpier, en eindigt, nadat hij over de middenite in- Inijding is heengegaan, aan den wortel van 't ra venbekswijze uitsteekfel: fomtijds vindt men er ook twee:
2. De gemeenfchaplijke banden van 't fchouderblad zijn de zoodanige, waardoor het gedeeltelijk met het fleu- telbeen, gedeeltelijk met het opperarmbeen word fa- mengehecht: zulken zijn de volgende:
a. De eerfte gemeene of kegelvormige band van het fchouderblad (ligamentum fcapula commune primum, f. conoides): dezelve ligt tusfchen het verhevene ge- deelte van den wortel van 't ravenbekswijze uitsteek- fel, en de achterfte oneffene uitpuiling, welke aan 't achterfte uiteinde des fleutelbeens gevonden wordt:
b. De tweede gemeene of ongelijkvormige band van 't fchouderblad (ligamentum fcapule commune fecun- dum f. trapezoides): dezelve begint insgelijks aan het ravenbekswijze uitsteekfel, nader aan deszelfs in- wendige oppervlakte, is iet breeder dan de voori- ge, en eindigt ook aan de bultigheid van 't fleutel- been, doch eenigzins naar binnen:
c. De rondgaande of beursband (ligamentum orbicu- lare, capfulare): deeze vereenigt het hoofd van 't opperarmbeen met den hals van 't fchouderblad, en omgeeft ringswijze decze gantfche geleding: hij is eensdeels aan den rand van 't fchouderbladshol, en het zig aldaar bevindende kraakbeen, gehecht; anderdeels aan den hals van 't opperarmbeen, ter plaatfe waar het kraakbeen van 't hoofd des opper- armbeens ophoudt, vast verknocht: aan 't boven- fte gedeelte deezes bands maakt dezelve eene lang- werpige opening, waardoor de tweede pees van de tweehoofdige fpier gaat, terwijl deszelfs fchede door den beursband verfterkt wordt: bovendien wordt de beursband door fterke vezelen, welke van boven van 't ravenbekswijze uitfteekfel voord- komen, en door de breede peezen van de boven- en onder doornfpieren, van de groote ronde, en onder-fchouderblad - fpier, verfcheidenerleie wijze versterkt.