6 BEENKUNDIGE TAFELEN
famenvoeging van twee beenderen met eene heen en weder-keerende beweegbaarheid; en deeze is tweederlei:
4. De hoekige hengfelswijze (ginglymus angularis), wanneer naamlijk het eene been alleenlijk kan gebogen en uitgeftrekt worden, en aan het einde des cenen beens, of twee verhevenheden in ééne holligheid, of in twee holligheden eeni- ge verhevenheden des anderen beens ingevoegd worden bij voorbeeld, het ellebeen met het opper armbeen; het fcheenbeen met het deie- been; de eerfte rang der vingeren en der tee- men met den tweeden, als ook deeze met den derden, insgelijks, eenigermaate, de onderkaak met het flaapbeen: B. De zijdelijke hengfelswijze (ginglymus latera lis), wanneer het eene been zig alleenlijk in ee- nen halven kring laat omdraajen, en deszelfs uiterfte einde zijdwaards in eene halfronde holligheid van het andere opgenomen wordt: bij voorbeeld,de tweede halswervel met deszelfs tandswijs uitfteekfel, met den eerften; insge- lijks het fpaakbeen met de groote ellepijp, en eenigermaate ook het kuitbeen met het fcheen- been.
B. De duiftere geleding (ynarthrofis), is eene famen- voeging der beenderen met eene onduidelijke be- weeging, wanneer een been zig, in famenvoeging met een ander, maar iet laat buigen en beweegen, gelijk de beentjens van de voorhand en nahand, of voorvoet en navoet onder elkander.
C. De twijfelachtige geleding (amphiarthrofis), noemt men eene famenvoeging der beenderen, als zij zig ongemeen weinig beweegen, en die dus bijna niet te bemerken is; gelijk de ongenaamde beenderen met het heiligbeen, insgelijks de lichaamen der wervelen met elkander.
2. Aandenvoeging (Symphyfis), of famenvoeging der been- deren ter vereeniginge, gefchiedt middelijk of onmid- delijk:
A. De middelijke aaneenvoeging (fymphyfis mediata) is driederiei; naamlijk,
a. De kraakbeenige vereeniging (Synchondrofis), wan neer twee beenderen door kraakbeen verknocht wor-