BEENKUNDIGE TAFELEN. 7
den; als de ribben met het borstbeen, insgelijks de fchaambeenderen met elkander:
b. De bandachtige vereeniging (yneurofis), wanneer twee beenderen door banden famengehecht worden; als, het heilig- en ftaart-been met het zit-been door den heilig- en zit-beens band:
s. De vleezige vereeniging (fysfarcofis), als twee been- deren door fpieren aaneengehecht zijn als, het tong- been met het borstbeen en fchouderblad, insgelijks het fchouderblad met de ribben en ruggegraat.
B. De onmiddelijke aaneenvoeging (fymphyfis immedia- ta), is ook driederlei; naamlijk,
a. Door famenkomstgnonia), wanneer tusfchen twee beenderen, eene gelijke lijn fchijnt te gaan, zo als bij de beenderen des aangezichts te zien is: h. Door eene naad (futura), wanneer tusfchen twee beenderen eene getande lijn te zien is; als, bij de famenvoeging van de opperhoofdsbeenderen met de voorhoofds-, achterhoofds- en flaap-beenderen:
c. Door eene fpijkerswijze invoeging (gomphofis f.con- clavatio), wanneer een been, even als een spijker, in een ander infteekt; gelijk de tanden in de kaak- beenderen, de wiggebeensdoorn het ploeg- been, het gehemeltbeen met het vleugelswijs ge- deelte van 't wiggebeen. (*)
3de TAFEL
VAN DE VERDEELING EENS GERAAMTES.
Een geraamte wordt op de voegelijkfte wijze verdeeld in hoofd (caput), tronk (trancus), en uiteinden (extre- anitates), of ledemaaten (artus). 1. Het hoofd, het opperste gedeelte van een geraamte, wordt wederom verdeeld in bekkeneel (cranium), en aan- gezicht (facies). Sommige brengen hier ook toe de volkomene famengroeiing van twee beenderen, waar rusfchen geheel geen bewijs meer te zien is: bij voorbeeld, het zitbeen met het darm- en fchaam-been; het beitelswijze uitfteekfel van 't achterhoofdsbeen met het lichaam van 't wiggebeen; en in uude lichaamen, de onderkaak in derzelver inidden. T A 4.