& BEENKUNDIGE TAFELEN.
A. Het bekkeneel beftaat uit 8 beenderen, waarvan er. zijn, a. 3 Eigene; als, 2 opperhoofdsbeenderen (osfa breg. matis), en I achterhoofdsbeen (os occipitis): b. 5. Gemeene; als, 2.flaapbeenderen (ofa temporum), I voorhoofds-(os frontis), I wigge- (os/phanoideum), en I zeef-been. (os ethmoideum).
B. Het aangezicht beftaat uit opper- en onder-kaak. a. De opperkaak (maxilla fuperior), vervat 13 been- deren; naamlijk, 2 kaakbeenderen, (osfa maxilla-. ria), 2 jukbeenderen (osfa jugalia), gehemeltes- beenderen (osfa palatina), 2 puntachtige afloopende of benedenite fponsachtige beenderen (osfa turbina- ta ffpongiofa), 2 neusbeenderen (osfa naji), 2 traan- beenderen (osfa lachrymalia), en nog een, dat ploeg- been (vomer) genaamd wordt.
b. De onderkaak (maxilla inferior), beftaat bij volwas- fenen uit één, doch bij klęçne kinderen, uit twee itukken.
2. De tronk (truncus), het middenfle gedeelte van een,ge- raanite, wordt verdeeld in borst (pedus), ruggegraat (pina derfi), en ongenaamde beenderen (osfa innominata). A. De borst beftaat uit borstbeen en ribben. a. ilet borstbeen (fiernum) is een fponsachtig been, dat in 't midden geplaatst is.
b. De ribben zijn aan iedere zijde 12 in getal, waarvan de 7 opperile, bovenfte of wááre (costa vera f. fu- periores), en de 5 benedenfte, onderfte of onwaaré (costa fpurice f. inferiores) genaamd worden. B. De ruggegraat beftaat,
a. Uit de kolom van wervelen (vertebra), en deeze wederom uit,
- . 7 Halswervelen,
B. 12 Ruggewervelen, en
v. 5. Lende wervelen:
b. Uit het heiligbeen (os facrum), en,
c. Uit het stuit- of ttaart-been (os coccygis).
C. De ongenaamde beenderen (osfa innominata), zijn bij volwasfenen twee stukken, waarvan aan iedere zijde des lichaams één ligt; doch bij kinderen is ieder bij- zonder in drie ftukken onderfcheiden: het bovenfte heet heup-of darm-been (os ilium), het voorfte, fchaam- been Cos pubis), en het onderfte, zitbeen (os ifchium).