152 SPIER KUNDIGE TAFELEN.
cerſten en tweeden hals wervels; maar het bovenfte gedeelte plant zig in aan het zijdelijk gedeelte, van t achterhoofdsbeen tot aan het tepelswijze uititeek- fel toe:
2. De groote famengevatte (complexus major): zij be- gint van de dwarfe uitſteckfels der twee of drie bo- venfte ruggewervelen, en der zes onderfte halswer- velen, en eindigt aan 't midden van 't achterhoofds- been:
3. De kleene famengevatte (complexus minor, f. mas- totdeus lateralis, f trachelio-mastoideus): zij begintaan de dwarfe uit leekfels der vijf onderfte halswervelen, en eindigt vlak achter het tepelswijze uitsteek fel:
4. De achterfte groote rechte (rectus pofticus major, S. magnus): zij begint aan den doorn des tweeden hals- wervels; gaat vandaar eenigzins fchuinsch naar de zijde, en eindigt aan het achterhoofd, onder de groo- te famengevatte:
5. De achterfte kleene rechte (reflus pofticus minor, f parvus): zij neemt haaren oorfprong van den achter- iten knobbel des certten halswervels, en plant zig naast de voorgaande in, digt bij het achterhoofdsgat.
III. Die het hoofd in eenen halven cirkel beweegen, zijn de volgende:
1. De onderfte of groote fchuinfe (obliquus inferior f. major): zij neemt haaren aanvang aan het doornige uittteckfel des tweeden halswervels, en eindigt aan het dwarfe uitsteekfel des eerften halswervels:
2. De bovenfte of kleene fchuinfe (obliquus fuperior f. minor): zij neemt haar begin ter plaatie waar de voor- genoemde eindigt, naamlijk aan het dwarfe uitfteek- fel van den atlas, ftijgt vandaar schuinsch in de hoog- te, en hecht zig aan het achterhoofdsbeen, vlak bo- ven de inplanting der achterfte groote rechte. Men treft fomwijl ook kleene fpieren aan, die ne- vens de kleene rechte spieren, zoowel voorfte als ach- terite, gelegen zijn; men noemt dezelven kleene me- dehelpers (accesforii parvi), of overtallige (fupernu-
- crarii), en zij hebben het zelfde gebruik als die
waar naast zij gelegen, en waarvan zij overtallige me dchelpers zijn.