212 INGEWANDKUNDIGE TAFELEN.
en kuilen voorzien, die aan de verhevenheid of holte der tegen aangelegene declen beandwoorden:
3. De bovenrand is breed:
4. De benedenfte en achterfte dun:
5. De banden der lever zijn;
a. De kroonband (gam. coronarium): deeze komt van het buikvlies voord, het welk *t voorfte en achter- fte gedeelte van het middenrifomkleedende, te gelijk ook de beside zijden der lever, als dewelke onmidde- lijk met het middenrif famengegroeid is, omvat,; en over deeze beide oppervlakten benedenwaards totaan den onderrand gaat, aldaar famenkomt, en dus té= vens den buitenrok der lever uitmaakt:
b. De breede band Clg. fatum f, fuspenforium): deeze is insgelijxs eene verlenging van het buikvlies,; het zel- ve komt naamlijk bij de navel van wederzijden famen , en omringt,
c. Den ronden, band (ig. rotundem), het welk bij kin- deren de navelader geweest is, gaat met denzelven door de navelgroef naar de lever, en hecht zig ge- deeltelijk benevehs den ronden, aan dé bogt van den poortader; gedeeltelijk gaat hij {chuinsch over de verhevene oppervlakte der lever, en veréenigt zig met den kroonband:
d. De zijdelijke banden (ligamenta lateralia): van dec- zen heeft men ter wederzijden van de lever ¢én3 het zijn verlengingen van het uirwendig vlies der lever, en gevolglijk van het buikvlies, en hechtei de zijden van de lever aan het middenrif: :
6. De vaten der lever zijn gedeeltelijk bloed- of gal- voe- rende, gedeeltcli{k watervaten, waar tus{chen zenuwen verfpreid zijn: het zijn de volgende 5 _ - a. De leverflagader (arteria hepatica): deeze fiamt af
van den buiksflazader; gaat naar de uitgehoolde op-. perviakte der lever, en verdeelt zig met ontelbaar ve~ le takken in de zelfftandigheid der lever: :
b. De poortader (vena porte): deeze isc¢en redelijk groo- te en wijde bloedader, outitaande uit vereceniging van. den milt- en darmicheils-dder: de {tam vat den poorte: ader gaat tot in de uitgehoolde viakte det lever, ver- deelt vie aldaar in twee tdkken,en maakt dat geen uit: het welk men boezem yan den poortader (finus vena
orte) noemt: uit deeze twee takken komen veele klee=. neren voord, die zig door de geheele lever verfpreideir: de boezem van den poortader, 1s met cen vr) fterki