Naar inhoud springen

Pagina:Ontleedkundige tafelen ... verrijkt met eenen ... bladwijzer, en aanhaalingen der plaaten van B. Eustachius (IA b22034043).pdf/222

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

214 INGEWANDKUNDIGE TAFELEN.

het nut der lever beftaat in 't afzonderen van de gal, wel- ke vandaar gedeeltelijk in de galblaas, gedeeltelijk in den twaalfvingerigen darm gebragt wordt.

II. De galblaas (vefica fellis) is eene kleene, langwerpige peervormige blaas, die, tegen de vlakke zijde van de groote kwab der lever, in eene bijzondere holte gele- gen is: men verdeelt dezelve in bodem (jundus), hals (collum) en lichaam (corpus): de bodem is het breedſte voorfte gedeelte, 't welk voor den voorrand uitfteekt: de hals is het achterfte fmalle einde, en het lichaam is het middenfte gedeelte: zij beftaat uit de volgende bekleedfelen:

1.Het eerfte heet vliezige rok (tunica membranacea), en is een vervolg van 't buitenfte vlies der lever:

2. Het tweede, voor eenen fpierachtigen rok gehouden, die uit verfcheidene in de lengte loopende, dwarfe en fchuinfe vezelen beftaat, is veeleer een zenuwachtige rok (tunica nervea): tusfchen denzelven en den voori- gen is eene celachtige zelfitandigheid, waarin de bloed- en water- vaten van de galblaas gelegen zijn:

3.Het derde is de donsachtige rok (tunica villofa), welk vlokjens ongemeen fijn zijn: tusfchen deezen en den voorigen is wederom eene celachtige zelfftandigheid, waarin niet alleen een net uit bloed- en water- vaten en zenuwen beftaande, maar ook klecne klieren, wier bui- zen, naar men meent, in de holligheid der blaas uit- loopen: deeze donsachtige rok heeft, even als de dous- achtige rokken der darmen, hier en daar ploojen, die men inzonderheid aan den hals der galblaas vindt: zulks is oorzaak geweest, dat men dezelven voor afzon- derlijke klapvliezen aangezien heeft, welken echter niet gevonden worden; uit den hals der blaas komt een buis voord, die galblaasbuis (dulus cyfticus) heet: hij gaat niet recht voord uit de blaas, maar buigt zig aan den hals, trekt zig op fommige plaatfen famen, en ver- wijdt zig weder op anderen: hij is omtrent twee vinger- breedte lang, vereenigt zig als dan met de leverbuis, en maakt met dezelve eene derde uit, die galleider (ductus choledochus) geheten wordt: deeze is vier vingerbreedte lang, gaat recht naat en twaalfvingerigendarm, door- boort deszelfs rokken omtrent vier vingerbreedten van den poortier, en loopt binnen in den darm uit, in eene kleene verhevenheid welke men aldaar vindt; gelijk zulks in de 6de Tafel reeds gemeld is: men wil dat er ook