Naar inhoud springen

Pagina:Ontleedkundige tafelen ... verrijkt met eenen ... bladwijzer, en aanhaalingen der plaaten van B. Eustachius (IA b22034043).pdf/223

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

INGEWANDKUNDIGE TAFELEN. 215

nog kleene canaalen, uit de zelfitandigheid der lever zouden voordkomen, die in de zijdelijke gedeelten der galblaas uitloopen, welken van fommige lever-gal- blaas - buisjens (ductus hepatico - cyftici) genaamd worden: in de menfchen zijn ze echter onzeker, hoewel men wil dat ze in de osfen altoos gevonden worden.

De flagaderen en aderen van de galblaas, heeten cy- ftice: eerstgenoemde ftammen af van den leverflagader; de aderen eindigen in den poortader; de zenuwen nee men haaren oorfprong van de levervlecht.

Het nut der galblaas is de gal, die door de galblaas- buis daarin gebragt is, zoo lang te behouden tot dat zij, door drukking der maag, of door andere oorzaa- ken, langs denzelfden weg, waardoor ze er ingekomen is, en verders door den galleider, in den twaalfvingeri- gen darm gebragt wordt.

8fte TAFE L.

VAN DE MILT.

De milt (lien f. fplen) is een week, blaauwachtig rood, vaat- en cel-achtig lichaam, dat in de linker onder- kraakbeensftreek, onmiddelijk onder 't middenrif, tus-. fchen de onwaare ribben en de maag, boven de nier ge- legen is zij heeft een eironde gedaante, is natuurlijk ze- ven à agt vingerbreedte lang, en vier à vijf breed, en ver- knocht

a. Met het middenrif, door eenen breeden vliezigen band;

b. Met het groote of linker uiteinde der maag, door de korte flagaderen en aderen (vafa brevia);

c. Met de linker nier, de linker bogt van den karteldarm en het net, door vliezen;

d. Met het linker uiteinde van 't alvleesch, door vaten en vliezen: men vindt aan de milt

1. Twee randen, naamlijk een boveníte en een on- derfte;.

2. Twee uiteinden, naamlijk een voorfte en een ach- terfte;

3. Twee oppervlakten, naamlijk eene buitenfte en eene binnenste: de eerfte is bolverheven en glad, en

O4