Naar inhoud springen

Pagina:Ontleedkundige tafelen ... verrijkt met eenen ... bladwijzer, en aanhaalingen der plaaten van B. Eustachius (IA b22034043).pdf/225

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

INGEWANDKUNDIGE TAFELEN. 217

met dezelven door inmonding vereenigen; maar in de milt-celletjens met vrij wijde monden uitloopen.

3. De zenuwen der milt (nervi fplenis). komen voord van de miltvlecht, die gedeeltelijk van het dwaalend paar, ge- deeltelijk van de tusfchenribbige zenuwen gemaakt wordt: deeze zenuwtakken omvatten den miltflagader, en verspreiden zig tevens met dezelve; er zijn hier ge- volglijk, naar evenredigheid van de kleente deezes in- gewands meer zenuwtakken, dan er gevoelshalven noodig waren:

4. De watervaten: deezen zijn meerendeels op de opper- vlakte der milt, in de celachtige zelfitandigheid, onder het buitenfte vlies te zien; het zijn maar alleenlijk wa- teraderen.

Hieruit is klaar, dat de milt uit veele celletjens. beftaat, die gezamentlijk met elkander verknocht zijn; onderling gemeenschap hebben, en voor 't overige van een vaatach- tig famenftel is. De nuttigheid der milt, beftaat in het bloed, dat naar de lever gaat, te verdunnen.

9de TAFEL.

VAN DE NIEREN, BIJNIEREN, PISLEL

DERS EN ELAAS.

I.

De nieren (renes) zijn die twee, vrij vaste, donker- roode lichaamen, welken in de lendenftreeken, bui- ten het buikvlies, in deszelfs celachtige zelfftandigheid, tusfchen de onwaare ribben en de darmbeenderen, gelegen zijn; de rechter onder de groote kwab der lever en laager' dan de linker, die onder de milt gevonden wordt en dus hooger geplaatst is: zij hebben beiden de gedaante eener roomfche boon, en elk is omtrent vijf of zes vinger breed te lang, en drie of vier breed: men ontdekt er aan,

1. Twee oppervlakten, eene voorfte en eene achterfte;

2. Twee randen, eenen bol verhevenen of grooten, en eenen, uitgehoolden of kleenen;

3. Twee uiteinden, een bovenft en een onderft.

De nieren zijn met haar boveníte uiteinde aan de bijnic- ren, en de beide bogten des karteldarms ter rechterzijde onder de lever, ter linkerzijde onder de milt, gehecht;

O 5.