Naar inhoud springen

Pagina:Ontleedkundige tafelen ... verrijkt met eenen ... bladwijzer, en aanhaalingen der plaaten van B. Eustachius (IA b22034043).pdf/24

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

16 BEENKUNDIGE TAFELEN.

3. Twee voorste knobbelgaten (foramina condyloidea anteriora), door welken het negende paar zenuwen gaat:

  • . Twee achterfte knobbelgaten (foramina condyloi

dea pofleriora), door welken cen tak van den achter- hoofdsader in het bekkeneel gaat.

d. Vier kuilen; naamlijk,

  • . Twee achterite knobbelachtige :

B. Twee voorfte knobbelige, aan welken langs het wiggevormig- en de beide knobbelachtige uittteek- fels, de rechte zijdelijke, de voorfte kleene rech- te, de voorfte groote rechte-, en de flokdarmshoofd- fpier zig inplanten.

9. De inwendige verhevenheden en holligheden; en wel, a. De kruiswijze doorn (/pina cruciata), aan welker

  • . Bovenfte tak, de langwerpige aderlijke borzem

van 't dikke hiersfenvlies; aan derzelver e. Zijtakken, de zijdelijke boezems, en aan de y. Benedenfte,die inwendige achterhoofdsdoorn (/pina occipitalis interior) geheten wordt, het achterhoofds middenfchot der kleene hersfenen vastgchecht is: b. Vier kuilen; waarvan 4. De twee bovenfte dienen om de achterfte kwabben der groote hersfenen, en 8. De twee onderfte, om de kwabben der kleené hers- fenen te bevatten:

c. Eene langwerpige uitfnijding in het wiggevormiguit- fleekfel, in welke 't verlengde hersfenmerg ligt. 10. De aanhechting der fpieren, en wel der a. Achterhoofds-fpier (mufc. occipitalis) die onder de winkelnaad begint, en naar den kruin opklimt: b. Munnikskaps-fpier (cucullaris): zie No. 8. Lett. a, . c. Samengevatte- (complexus), miltwijze (plenius) en kleene fchuinfe fpieren (obliquiminores): zie No. 8. Lett. a, a, f:

d. Rechte zijdelijke-, groote en kleene voorfte- en de flokdarmshoofds-fpieren (reti laterales, antici majo- res & minores cephalopharyngei): zie No. 8. Lett. d,s.

II. De nuttigheid, welke daarin bestaat dat het I. De achterfte kwabben der groote, en de kleene hers fenen in zig bevat; 2. Het verlengde hersfen-merg uitlaat, en 3. Ter geledinge en beveftiginge van het hoofd dient. deź