Naar inhoud springen

Pagina:Ontleedkundige tafelen ... verrijkt met eenen ... bladwijzer, en aanhaalingen der plaaten van B. Eustachius (IA b22034043).pdf/271

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

INGEWAND KUNDIGE TAFELEN. 263

3. Dat aan derzelver onderfte oppervlakte een band, die toomtjen der tong (frenulum lingua) heet, ge- vonden wordt, insgelijks aan ieder zijde een vlie- zigen band aangetroffen wordt, waarmede die zijde- lijke gedeelten aan de onderkaak gehecht zijn:

4.Dat zij, naar achteren toe, in 't midden der bo- venfte oppervlakte eene diepte heeft, wier binnen- fte omtrek ten eenenmaal vol kleene kliertjens is, en het blinde klierachtige gat van MORGAGNE (foramen glandulofum cæcum MORGAGNII) genaamd wordt:

5. Dat zij in het midden eene langwerpige ftreep heeft, die middenstreep (mediana) heet, en de tong in twee zijdelijke deelen deelt:

6. Dat zij meerendeels uit fpieren, bovendien ook uit bekleedfels of vliezen, bloedvaten, zenuwen, klieren en watervaten beftaat: wat voords de fpie- ren betreft, bezie men de de Spierkundige tafel: de bekleedfels nu of vliezen der tong zijn de vol- gende:

a. Het buitenfte heet ſchedevlies (membrana vagi- nalis): het is een vervolg van het gemeene vlies des monds, omgeeft de gantfche tong, en heeft op derzelver bovenzijde ontelbaare uitpuilingen, welken binnenwaards hol, naar buiten bol verhe- in de punt doorgáát zijn, en niet volkomen loodrecht opftaan, maar van den bafis naar den top ncêrhellen: ven,

b. Het tweede heet netvlies of netwijs lichaam van MALPIGHIUS (membr. reticularis f. corpus reti- culare MALPIGHII): het beftaat uit digte ve- zelen, en is van famenftel een net gelijk, dat is doorgáát, dieswegens de ondergelegene tepels door het zelve, eenen gemaklijken doorgang heb- ben:

c. Het derde, het zenuw tepelvlies (membr. papilla- ris nervofa): dit is vrij dik, en op deszelfs bo- venvlakte met veele tepels voorzien, die door de gaatjens van 't netvlies zig in de fcheedjens van t eerfte fchedevlies begeeven: van zulke tepels vindt men drieërleie foort::

  • . Eenige hebben kleene ronde hoofdjens, wel-

ken aan klecne korte ftijltjens gehecht zijn, en gehoofde (capitata) of paddestoelswijze (fun-

R4