Naar inhoud springen

Pagina:Ontleedkundige tafelen ... verrijkt met eenen ... bladwijzer, en aanhaalingen der plaaten van B. Eustachius (IA b22034043).pdf/29

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

BEENKUNDIGE TAFELE N. 21

f. De fcheur of spleet van de Fallopiaanfche buis, in de inwendige voorfte oppervlakte, waardoor een zenuw- takjen van den tweeden tak des vijfden paars gaat, en zig aldaar met een gedeelte van het dikke hersfenvlies vereenigt: naast die spleet vindt men ook eene lang- werpige groef, waarin de evengenoemde zenuw ligt:

g. Eene groef in die zelfde oppervlakte, waarin de zijde- lijke boezems van het dikke hersfenvlies liggen:

b. Een kuil voor de kleene hersfenen:

i. In dien kuil een gat voor den achterhoofdsader.

9. De aanhechting der fpieren; te weeten der a. Slaap- (mufc. temporalis), en kaauw-fpier (masfeter): No. 7 Lett. a.

b. Uitwendige hamerfpier (mallei externus): No. 7. Lett. d.

c. Priem-tongbeen (Aylohyoideus), priem-keel- (tylopha- ryngeus) en priem tong-fpier (yloglosfus): No. 7. Lett.f

d. Borstbeen-tepel- (fterno mastoideus), platte wiek-fpier (fplenius), en terugtrekkende fpier van 't oor (retra- bens auricula): No. 7. Lett. b.

e. Tweebuikige (bivenier): No. 7. Lett. h. 10. De nuttigheid, beftaande in

a. De middenfte kwabben der groote, en een gedeelte der kleene hersfenen te bevatten;

b. Nevens het fchubachtige gedeelte, de flaapen uitte- maaken, en

c. Het werktuig des gehoors binnen het fleenachtige gedeelte te bevatten.

9de TAFE L.

VAN HET WIGGE BEEN.

Aan het wigge- veelgedaantige- of grondvlakkige bek- keneels-been (os fphenoideum,f.multiforme, . bafilare) merkt men op:

1. De plaatfing, in 't midden van de grondvlakte des bek- keneels.

2. De gedaante, die zeer onregelmaatig is; doch eenigzins naar eenen vledermuis met uitgefpreide vleugelen ge- lijkt.

3. De verdeeling, in zoo verre het een enkel been is; doch

B 3