302 VAATKUNDIGE TAFEL E N. zien: uit deszelfs binnenzijde komen ook eenige takken voord, welken zig in de fpieren der voet- zool verdeelen:
β. De inwendige zoolsflagader deelt zig in 't midden der voetzool in twee takken: de eene gaat naar den grooten teen, en vereenigt zig met eenige takken van den voorften fcheenbeensflagader; de andere breidt zig aan 't eerfte lid der overige teenen uit, en heeft aldaar gemeenfchap met de takjens, die uit den voetzoolsboog naar de teenen gaan.
b. De kuitbeensflagader (art peronea), loopt langs de achterzijde van 't kuitbeen naar onderen, tusfchen de zoolfpier en den buiger des grooten teens, dien hij ook eenige takjens geeft: als hij nu aan 't onderëinde des kuitbeens gekomen is, zoo doorboort hij den tus- fchenbeensband, en komt op het bovendeel des voets te voorfchijn, alwaar hij zig voornaamlijk aan den voor- voet verspreidt, en zig ook nog achterwaards door verfcheidene takken met den achterften en voorften fcheenbeensflagader vereenigt.
6de TAFEL.
VAN DEN LONGSLAGADER EN DESZELFS
TAKKEN.
De longflagader (art: pulmonalis) komt onmiddelijk uit den flagaderlijken mond der rechter holligheid van 't hart voord, en heeft ftraks bij zijn begin van binnen drie halvemaanswijze klapvliezen, ieder van welke in 't midden een knoopjen heeft, zie de 15d. Ingewandk. tafel: hij gaat hier op eenige duimen breed voord, en deelt zig, wanneer hij uit het hartezakjen gekomen is, in twee takken, eenen rechter en eenen linker:
1. De rechter longflagader (art: pulm: dextra) gaat onder de bogt van den grooten lagader heen, naar de rech- ter long toe, en is bij gevolg langer dan de linker, daar- enboven is zijne middelijn ook iet kleener:
2. De linker longflagader (art: pulm: siniftra), gaat recht- ftreeks naar de linker long toe, en is korter, maar iet wijder dan de rechter.
Zij gaan beiden eindelijk in de zelfstandigheid der long,