360 ZE NUWKUNDIGE TAFELEN.
fchen zadels voordgaat, alwaar hij één, fomwijl twee klec- ne takjens van zig afgeeft, welken zig terug in 't kropader- canaal begeeven, waar in zij met den terugloopenden vleugeltak den grooten tusfchenribbigen zenuw maaken: als dan gaat de ftam van 't zesde paar door de bovenfte oog- holsfpleet in 't ooghol, en verder langs deszelfs buitenzij- de voord, en verdeelt zig in de afvoerende fpier.
6de TAFEL.
VAN DE GEHOORZENUWEN.
gehoorzenuwen (nervi auditorii f. acuftici) zijn het ze. vende paar hersfenzenuwen: elk hunner heeft cenen dubbelden oorfprong of twee takken, waarvan de boven- fte zachte gehoorzenuw (nervus auditorius mollis), of zacht gedeelte van den gehoorzenuw (portio mollis nervi auditorii) heet, het welk van het achterfte en zijdelijke ge- deelte van 't verlengde merg, en van den vierden hersfen- boezem met eenige mergvezelen voordkomt de tweede tak, die harde zenuw (nerous durus) of hard gedeelte van den gehoorzenuw (portio dura nervi auditorit) genaamd wordt, komt voord van het been der kleene hersfenen, nabij de brug van VAROLIUS: deeze twee takken ko- men digt bijeen, en vergezellen elkander tot aan de opc- ning van den inwendigen gehoorweg: zij gaan hierop in den gehoorweg, en ter plaatfe waar zig deeze gehoorweg in twee bodems deelt, gaan die twee takken weder van elkander: de zachte zenuw gaat in den onderften, en de harde in den bovenften bodem.
1. De zachte gehoorzenuw deelt zig in den benedenften bodem in vecle zenuwdraaden, welken door de kleene gaatjens, die men daar vindt, zig gedeeltelijk in 't por- taal, gedeeltelijk in de holten van 't flekkenhuis begee- ven: de eerfte breiden zig alomme op den gordel van 't krultrekkig middenfchot uit, de andere op het vlies, welk de half ronde buizen en het portaal bekleeden:
2, De harde gehoorzenuw begeeft zig in het gat, het welk in den bovenften bodem gevonden wordt: dit gat is de ingang der buis, die Fallopiaanfche waterleider hect: hij gaat naar de binnenfte en voorite vlakte van 't fteen- achtig gedeelte, vandaar komt hij tusfchen de uitwendi- ge halfkringswijze buis en het eironde gat in de trommel-