ZENUWKUNDIGE TAFELEN. 365
ftraks vereenigen, en wederzijds eenen ftam uitmaaken, die door het voorfte knokkelgat uit het bekkeneel gaat: deeze uitwendige tongzenuw gaat, zoodra hij buiten het bekkeneel gekomen is, tusfchen den dwaalenden zenuw, daar hij zig dikwijls omflingert, en den bovenften hals- knoop van den grooten tusfchenribbigen zenuw naar bene den, verders tusfchen den inwendigen ftrotader en denkrop- flagader voord, tot aan den hock der onderkaak, maakt aldaar eene buiging naar binnen, en eindigt eindelijk in de spieren der tong: op deezen weg komen de volgende takken uit dezelven voord:
1. Aanftonds bij het begin kleene takjens, die gedeelte- lijk met de takken van den eerften halszenuw, gedeel- telijk met den dwaalenden zenuw, gedeeltelijk met den bovensten halsknoop van den grooten tusfchenribbigen zenuw, inëen loopen:
2. Verder naar beneden ontstaat een nederdaalende tak, welke door kleene takken met die van den tweeden en derden halszenuw vereenigd, daarna over de fchouder- bladstongbeensfpier en borstbeenstongbeensfpier heen- gaat, aan de fpieren van 't ftrottenhoofd eenige takken geeft, met de onderfte takken van den harden zenuw in- een loopt, tusfchen 't ftrottenhoofd naar de borst gaat, en zig aldaar in het bovenfte gedeelte van 't hartezak- jen verliest:
3. Onder den hoek der onderkaak naar vooren eindigt de uitwendige tongzenuw met veele takken, waarvan er eenige zig verliezen in de fpieren van de tong, en ande- ren zig met eenige takken van den inwendigen tongze- nuw vereenigen, en zig daarna insgelijks in de fpieren der tong uitbreiden.
9de TAFEL.
VAN DE ONDERACHTERHOOFDSZENUWEN.
De onder achterhoofds zenuwen (nerviinfra occipitales) wor den in 't gemeen het tiende paar hersfenzenuwen ge- naamd zij komen van vooren uit het ondereinde der py ramiedswijze lichaamen van 't verlengde merg met eenige draaden voord, welken nog, eer zij het dikke hersfenvlies doorbooren, met eenige draaden van het eerfte paar hals-