Naar inhoud springen

Pagina:Opregte Haarlemsche Courant 1683 Thursday ed no 35.pdf/2

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de minderjarigheyt van den Grave van Northampton. Den Keyſer heeft onlangs een Miſſive aen den Coning geſchreven, om hem over ’t ontdecken van de Conſpiratie te congratuleren, en oock ’t gevaer, waer in ſijn Landt tegenwoordig door de Macht der Turcken is, bekent te maecken, met verſoeck, dat hoogged. ſijn Majeſteyt hem geliefde te ſecoureren, en alle ſijn officien by den Coning van Vranckrijck aen te wenden, dat hy, gedurende deſen Oorlog, geen Hoſtiliteyten tegens eenige Princen van ’t Rijck ſoude aenvangen. Den Coningh van Spangien heeft een diergelijcke Miſſive aen den Coningh geſonden; doch daer is noch bygevoegt, dat hy aen de Hooft-Officiers van ſijn Domeynen bevel hadde gegeven, om de Conſpirateurs te apprehenderen, en die na Engelandt te ſenden. Een Addres van een ſekere Burgt in Hartfordſhire aen den Coning gepreſenteert zijnde, ſoo is deſelve verworpen, om dat de geene, welcke die preſenteerden, niet acceptabel waren. Voorleden Maendag heeft den Hertog van Ormond eenen Walter Dowreing, ſoo als hy in de Thuyn van ’t Hof tot Windſor ging wandelen, laten gevangen nemen, en ſijn Papieren ſaiſeren; op giſteren is den ſelven tot Withal gebracht, om door den Heer Secretaris Jenkins geexamineert te werden. Den Grave van Mulgrave heeft ſigh met het Hof weder gereconcilieert, ſo dat hy op Woensdag des Konings Handen heeft gekuſt. Giſteren heeft den Koning, de Hertoginne, en de Princeſſe in ’t Huys van den Lord Newpoort, tot Twitnam, gegeten, doch ſijn Coninglijcke Hoogheyt en den Prince waren op de Jacht. Capiteyn Herbert, die nu laetſt Admirael in de Straet is geweeſt, is tot een van de Commiſſariſen van de Admiraliteyt gemaeckt. Van Portsmuyden heeft men, dat onſe Vloot wel tweemael onder zeyl is geweeſt, doch genootſaeckt geworden door contrarie Windt weder ten Ancker te komen, en dat het Jacht Clevelandt daer by is gearriveert.

Duytsland en d’aengrenſende Rycken.

Saltzburg den 20 Auguſtus. ’t Is niet te geloven d’ellende, die men hier ſoo lang geſien heeft, en noch dagelijcx ſiet, aen de vluchtende Personen uyt Croatien, Stiermarck, en Ooſtenrijck, om de wreetheden t’ontlopen, welcke de Turcken alle Chriſtenen, die zy konnen verraſſen aendoen: dagelijcx komt hier noch van dit miſerabel Volck aen, verlatende alles wat zy hebben; Perſonen van groote qualiteyt behelpen hun van Karren en Wagens, leggende op ’t Stroo, met hunne Kinderen in d’Armen. De Turcken en Malcontenten zijn weder tot onder Gratz geweeſt; doch van een Party Croaten aengetroffen, en met verlies van eenige 100 verjaegt.

NEDERLANDEN.

Rijſſel den 29 Auguſtus. Continueel arriveren Troupen. Tot Doornick, ſegt men, zijn reets 12000 Man aengekomen, en op morgen meent men hier de 8000 Man compleet te hebben. Monſr. de Louvois werdt haeſt verwacht, wanneer men ſtaet te horen, of iets ondernomen ſal werden. De Granadiers, en al de geene, die tot d’Artillerye behoren, werden op morgen hier mede verwacht. Men wil, dat men binnen tweemael 24 uren hier wel een Leger van 30000 Man in ’t Velt paraet tot den marſch ſoude konnen hebben.

Gent den 29 Aug. Men ſegt, dat den Koning van Vrankrijk weder levendig maeckt ſijn Pretentien op ’t Land van Aelſt en ’t Oudenburgſe, gelijck oock den Dauphijn op het Hertogdom van Brabant, als door recht van Devolutie hem competerende, en waer van hy ſuſtineert, dat de Koninginne ſijn Moeder niet heeft konnen renuntieren, ’t geene aen ’t Hof tot Bruſſel geen kleyne ontſtelteniſſe maeckt. Doornick legt ſoo vol Volck, dat niemant exempt is van Logement, en d’andere Steden niet minder; en ſouden alle de Gouverneurs van deſelve Brieven ontfangen hebben van den Koningh, met expreſſe ordre, om op Woensdagh ’s morgens ten 3 uren die op te breecken, als wanneer men hunne Deſſeynen verder ſal konnen vernemen. Men ſegt, dan het werdt weynig of niet gecrediteert, dat binnen Valencijn gepubliceert is vrye Exercitie van Religie en Conſcientie door alle Rijcken en Jurisdictien van den Franſſen Koning. Audenaerden ſtaet geheel onder water, en men heeft het Canon op de Veſten gevoert. Den Baron de Courieres, Gouverneur van de ſelve Stadt, heeft ordre tot Boſſuyt, de laetſte Limijtſcheydinge tuſſchen Spangie en Vranckrijck, 40 Ruyters tot Brantwacht te ſtellen, met bevel, om op de Franſſe Desſeynen te letten. Den Marquis de Wargnies, Gouverneur van Kortrijck, heeft de Brugge tot Haerlebeeck over de Leye laten afbreken: de Marquiſe ſijne Gemalinne quam voorleden Vrydag avont in deſe Stadt. Het vluchten ten platten Lande heeff weder ſijn begin genomen.

Gent den 29 Auguſti. De Franſſe Frontieren aen deſe kant zijn opgepropt van Volck. Den Marquis de Louvois werdt tot Rijſſel verwacht, en den Dauphijn ſal hem volgen; deſen laetſten pretendeert, ſoo men voorgeeft, het Hertogdom Brabant. Middelerwyl ſpreeckt men, om alle onſe Voor-ſteden af te breecken. Men vervaerdigt de Batteryen, en alles wert in ſtaet van defentie gebracht. Tot Audenaerde werdt het Water opgehouden, en alles, ſoo veel als ’t mogelijck is, onder Water geſet. Het Fort Rodenhuyſen, tuſſchen deſe Stad en ’t Sas van Gent, wert gedemolieert, en men laet niet na ſelf geſtadig aen onſe Contreſcerpen te arbeyden, niettegenſtaende het Sondag is. Het Land-volck vlucht met hun Meubelen na de vaſte Steden.

Bruſſel den 29 Auguſti. Het is niet om de Guarniſoenen te veranderen, dat de Franſſe Troupen, die uyt der Elſas en Bourgondien komen, ſigh in deſe Quartieren hebben begeven, gelijck men ons heeft willen doen geloven; maer veel eer, nae men hier voorgeeft, om ons den Oorlog aen te doen, aengeſien men door particuliere Perſoonen, die in de Steden van Rijſſel, Doornick en Yperen geweeſt zijn, en door de geene, die noch geſtadig van daer komen, advys ten Hove heeft gekregen van de groote en ongemeene Bereytſelen en by-een-verſamelingen, die de Franſſen aldaer doen, ſoo van alle ſoorten van Proviſien en Oorlogs-Ammunitien, als van den Train van de Artillerye, die ſy daer prepareren: men meent hier, dat alle deſe ſchijnbaerheden betonen, dat Vranckrijck eenige Belegeringe wil ondernemen, en preſumeert men voor het naeſte, dat het Namen ſal gelden; doch andere zijn van ſentiment, dat deſe Troupen poſſeſſie van de Landen van Aelſt, Waes en den Oudenburg van Gent ſullen gaen nemen, maer in die gelegentheyt ſouden ſy geen Geschut van noden hebben: het zy dan hoe ’t zy, daer is een groote conſternatie in die Quartieren, en berght yder wat hy kan, alſoo de Inwoonders te Landewaert ſeer voor de Franſſe Inquartieringen vreeſen, als waer van ſy noch ſoo verſſe geheugeniſſen hebben. Sijn Excellentie den Heer Marquis de Grana delibereert ondertuſſchen dickwils met de Generaels over de middelen, die men in deſe conjuncture dient by der hant te nemen, en ſchijnt het oock, dat men gereſolveert is, om op de Franſſen vuur te geven, indien ſy tot op een Canon-ſchoot naderen, en ons ſoo veel te defenderen, als wy ſullen konnen. Men doet het Regiment Spaenſſe Infanterye van den Hertog van Vexar uyt Dendermonde marcheren, om ſigh in Aelſt te begeven, als welcke Plaets men ſal paliſſaderen, om ſigh daer te konnen maintineren. Hooggedachte ſijn Excellentie heeft verſcheyde Expreſſen uytgeſonden, om onſe Naburen van de Deſſeynen der Franſſen te adverteren, en is ’er oock een Courier nae Madrid gedepecheert. Den Hertog van Havre, in plaets van nae de Wateren tot Aken te gaen, gelijck hy gemeent had, is in aller haeſt met de Commiſſie van ſijn Excellentie na Parijs vertrocken; invoegen een ander Miniſter op giſteren in ſijn plaets na Gent is geſonden, om de Magiſtraet, volgens de ſentimenten van ’t Hof, te veranderen. By Menſchen geheugeniſſe heeft men ſoo veel Gebeden, als nu hier in de Stadt gedaen werden, en met ſoo grooten Devotie, niet ſien doen. Giſteren na de middagh is ſijn Excellentie by de Paters Auguſtijnen geweeſt, en van daeg heeft men een generale Proceſſie met het Sacrament van Miraculen gedaen, waer in den gantſchen Adel en ſoo een menigte Volcks heeft geaſſiſteert, als men oyt geſien heeft.

Bruſſel den 29 Auguſti. Op morgen ſal men aen de Fortificatien deſer Stadt gaen arbeyden, en brengt men daer toe een groot getal Palliſſaden uyt het Boſch.

Antwerpen den 30 Auguſtus. Men is alhier in groote achterdocht, dat de Franſſen wel iets op ons ſullen attenteren, alſo in de geconqueſteerde Plaetſen veel Krijgsvolck, ſoo te Voet als te Paert, aengekomen is, en werdt den Mareſchal d’Humieres noch met 15000 Man aldaer verwacht. Tot Harlebeecke, boven Gent, hebben de Land-luyden de twee Bruggen afgebroken, en zijn aen die Quartieren ſeer vluchtig. Binnen Kortrijck is een ſterck Spaens Guarniſoen geleyt. Sijn Excellentie den Heer Marquis de Grana, onſen Gouverneur Generael, heeft al-om ordres aen alle Militairen geſonden, dat yder na ſijn Quartieren ſal moeten vertrecken. Men heeft van nu af boven Gent al eenige Landen doorgeſteecken, en onder Water geſet; en van Gent heeft men, dat men aldaer mede preparatie maeckte, om die Stad met het Water te bevryden. Van Namen komt oock een gerucht, dat de Franſſen met een groote Party daer omtrent gekomen zijn, dan ſulx acht men wat voorbarig.

’s Gravenhage den 31 Auguſti. Men ſegt, dat ſijn Hoogheyt den Heere Prince van Orangie van de Weeck een keer herwaerts ſtaet te doen. Men verneemt met Brieven van Franckfort, dat den Heer Hunneken, alhier geweſene Envoyé van den Ceurvorſt van Saxen, daer omtrent op het Water groot gevaer gelopen heeft, om te verdrincken, alſoo het Vaertuygh, daer hy in was, tegens een Klip of Steen aenſtoote, en alſoo een groot Gat daer in maeckte. Alhier bevint ſigh een van de Domeſtijcquen van den Vorſt van Anhalt, welcke groote preparatien tot het Huwelijck van ſijn Vorſtelijcke Doorl. den Erf-Stadhouder van Vrieſlandt en Groeningen met de Princeſſe Æmilia, tweede Dochter van hoog gedachte Vorſt van Anhalt, laet maecken, ſoo van Koetſen, Meubelen, Silvere en Goude Serviesen, als anderſints.

Amſterdam den eerſten September. Het Schip, het Velthoen genaemt, met Yser van Stockholm komende, ’t welck laetſt moſt Sjouwen, verſtaet men, dat het noch geluckelijck in de Eems binnen gebracht heeft. Noch 2 andere Schepen van die Compagnie, als de 3 Salmen en Noort-ſter, blyven mancqueren. Van Bordeaux ſchrijft men, dat het daer in langh niet geregent heeft, doch het maeckte voor de Wijnſtock gewenſcht We’er.

Amſterdam den 1 September. De laetſte Brieven van Londen geven berigt, dat de Vloot Schepen noch tot Spithead lag, en meende men, dat deſelve na Tanger gedeſtineert was: Men ſegt, dat aldaer tyding van Algiers van den 9 paſſato is, doch men ſal daer van de confirmatie moeten afwachten, alſo de Brieven van Marſilien van den 18 noch niet nader van de Koninglijcke Franſſe Vloot mede brengen. ’t Schip de Biſcaeyſe Koopman, dat ſoo lang hier gemanqueert heeft te komen, meent men, dat nu alle dagen uyt het verkeerde Canael ſtaet te arriveren. Het geene door andere van ’t opſpringen van ’t Schip van den Heere Grave van Styrum gedivulgeert is, is onwaer.

Men laet een iegelijck weten, dat tot Enkhuyſen te koop is al het Gereetſchap van een voorname Geſchut-Gieterye, en dat de Plaets van dien door de Weduwe van Anthony Willikens, in ſijn leven Geſchut-Gieter tot Enkhuyſen, vacant is geſtelt, alſoo deſelve de E: Heeren Raden ter Admiraliteyt van den Noorder-Quartiere voor hare Bedieninge heeft bedanckt.

t’Amſterdam by Jan ten Hoorn, Boeckverkoper over ’t Oude Heeren Logement, werd uytgegeven: Carteſiaenſe Reden-konſt, met het onderſcheyt tuſſchen de Carteſiaense en Schoolſe Philoſophie: Benevens een Verhandeling van de Ziele der Beeſten, daer in nader getoont werdt de Nature van de Ziele der Menſchen en der Beeſten, met het onderſcheyt tuſſchen die beyde, en beweert en verklaert, dat, en hoe alleen uyt het eenigſte maeckſel van ’t Dierlijcke Lichaem alle de wonderlijckſte dingen der Beeſten voortkomen. In 12.

Tot Leyden by Pieter van Aa, Boeckverkoper, is gedruckt en wert uytgegeven: Jobi Ludolfi Hiſtoria Æthiopica, ſive brevia & ſuccincta Deſcriptio Regni Habeſſinorum, &c. Cum Charta Geographica & Figuris Æneis. In Folio.

Tot Rotterdam by Reynier van Doesburg, Boekverkoper, wert uytgegeven: Triumph der Waerheyt, ofte de oude Waerheyt der Gereformeerden, triumpherende over ’t nieu Geloof der Papiſten, by Vrage en Antwoorde: door A. van Halen, Predicant op d’oude Tong.


Gedruckt tot Haerlem, by ABRAHAM CASTELEYN, Stads-Drucker, op de Marckt, in de Blye Druck. Den 2 September, 1683.