Naar inhoud springen

Pagina:Opregte Haarlemsche Courant 1683 Tuesday ed no 47.pdf/1

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Oprechte Haerlemſe
No. 47.

Dingsdaegſe Courant.

ITALIEN.

TUrin den 30 October. Onſen Hertog ſoude op Donderdag nae Aſti gegaen hebben, maer moſt door het quade We’er tot Villanova blyven: eergiſteren was hy op de Harten-Jacht, en quam noch dien dag met eenige Cavalliers in deſe Stadt, van waer hy ſig echter weder na Moncalieri begaf. Men ſegt, dat 7 Mannen van yder Compagnie na Aſti geſonden ſullen werden, om het Guarniſoen aldaer te verſtercken. De Franſſe Officiers hier te Lande hebben wel ordre, om haer Compagnien te recruteren, en haer gereformeerde Officiers nae Vranckrijck te ſenden, maer die ordres werden tot noch toe niet geëxecuteert. Daer is een Compagnie van de Guarde nae Cune geſonden. Men begint hier te ſpreeken van een Huwelijck van onſen Hertog met de tweede Dochter van den Hertog van Orleans. Eergiſteren overleed alhier den Abt Magalotti, Broeder van den Gouverneur van Valencijn; deſelve was noch maer 22 Jaren out, en is nu in de Kerck der Capucijnen begraven. De Franſſen ſchijnen vry jalours over de komſt van de Spaenſſe Vloot omtrent Genoua.

Genoua den 30 October. De Commandanten van de Galeyen van Sicilien en Turſis, aen onſe Oorlogs Magiſtraet verſocht hebbende, om hier een goede quantiteyt Biſcuyt, ten dienſt van haer Galeyen, te mogen kopen, en het ſelve toegeſtaen zijnde, zijn alhier gekomen, om die in te nemen. Sommige meenen, dat de ſelve Galeyen in ’t kort wel weder na Napels mochten gaen. Den Franſſen Geſant, Monſr. de St. Olon, komt weynigh meer op het Paleys.

Roma den 30 Octob. Den Paus, noch gedurig overleggende, op wat wyſe hy de Turcken afbreuck ſoude konnen doen, ſchynt geſint, om 12000 Italianen te laten werven, en die tegens de Turcken te gebruycken; men gelooft, indien ſulckx voortgaet, dat den Grave di Gadagné daer over ’t Gebiet ſal hebben. Den Spaenſſen Agent wacht na licentie, om van hier te mogen vertrecken; veele willen, dat’er een Reſident in ſijn plaets ſal komen, en dat den Grave Caſari dat Ampt wel mocht bedienen. Verſcheyde Prelaten, zijnde Gouverneurs van de Plaetſen van den Kerkelijken Staet, verdrietig, dat zy ſoo lang van ’t Hof hier moeten blyven, hebben wel licentie verſogt, om van haer Gouvernementen ontſlagen te zijn, maer den Paus, meenende, dat een Gouverneur niet wel kan regeren, indien hy niet lang op een plaets blijft, en dat het onnodige is deſelve gedurigh te veranderen, heeft ſulckx niet willen toeſtaen; invoegen Monſr. Lomellini, die ſeer rijk en met ’t Podagra geplaegt is, ſijn patientie wel van noden ſal hebben, om, tot nader ende verder ordre, in het Gouvernement van Perugia te blyven. Monsr. Gaſtaldi, alſchoon hy niet heel wel tot Bologna geſien is, ſal daer mede moeten vertoeven, om dat hy eenig middel heeft voorgeſtelt, om die Stat wat meer in bedwang te houden. Daer is een Courier aen den Cardinael Pio en den Agent van Spangien gekomen, met advys, ſoo men ſegt, dat de Spaenſſe Galeyen in de Haven van Civita Vecchia zijn gearriveert.

Milaen den 3 November. Alſo dagelijckx in Caſal veele Franſſe Barcken met alderhande Ammunitie komen, en dat de Franſſe in en omtrent Piemont, oock ſelfs op de Frontieren van dit Landt, veel Hoy opgekocht hebben, is een gedeelte van onſe Cavallerye derwaerts geſonden, om de reſt van ’t Hoy te conſumeren; boven dien is aen de Boeren op ſware ſtraf belaſt, dat zy niets van ’t ſelve uyt het Landt ſullen voeren.

Venetien den 6 November. Onſe Koopluyden hebben Brieven van Belgrado van den 27 September gekregen, uyt de welcke men verſtaet, dat geene Koopmanſchappen, behalvens de Eetwaren, aldaer eenige aftreck hebben, door de groote conſternatie, die onder de Turcken is: den Grooten Heer veranderde dagelijcks in ſijne reſolutie, om aldaer te blyven of te vertrecken, na dat de Advyſen uyt Ongaryen quamen. Andere Brieven van den 15 paſſato van daer confirmeren de conſternatie onder de Turcken, en voegen daer by, dat den Grooten Heer na Philippopoli was vertrocken. De Galeyen Friuli en Barbarigo, uyt de Armade alhier gekomen zijnde, om Geldt in te nemen, zijn met 16000 Zecchinen weder nae Zanten vertrocken. Men verwacht in ’t kort het Convovy uyt de Levant alhier. Een Engels Schip legt op ſijn vertreck na Spangien. Daer is hier een Courier na Romen gepaſſeert, met de tyding van het veroveren van Gran.

ENGELANT, & c

Londen den 16 November. Op Donderdagh en van daegh heeft den Coning eenige Siecken aengeraeckt. Sijn Majeſteyt heeft geordonnert, dat’er 20000 Ponden jaerlijckx uyt de Inkomſten van Yrlandt voor den tijdt van 3 Jaren genomen ſullen werden, om de onkoſten van ’t Huys, ’t geen den Coningh tot Wincheſter laet bouwen, daer mede goet te maken. Voorleden Vrydag is een Commiſſie van den Lord Keper aen den Lord Mayor en de Aldermans deſer Stadt gekomen, waer in de ſelve, nevens eenige Rechters, gevolmachtigt werden, om de ſaecken van de 4 Hoſpitalen te gaen inſpecteren, en daer van aen ſulcke Personen, als ’t ſijn Majeſteyt goet ſal vinden, rapport te doen. Die van St. George, in Southwarck, hebben Mr. Bethel, laetſte Sherif deſer Stadt, ingebracht, dat hy niet ter Kercke komt. Op Vrydagh hebben de Raedsheeren van den Tempel de Kamer van den Advocaet Weſt en Mr. Godenoug tot gebruyck van dat Huys ingenomen; zy hebben wel gedebatteert gehad, om die van Mr. Trenchard, zijnde gevangen in den Tour, mede in poſſeſſie te nemen, maer alſo hy van de Conſpiratie noch niet overwonnen is, hebben zy ſulckx niet derven doen. Den ſelven dagh hebben den Lord Mayor en ’t Hof des Aldermans tot Guildhal geſeten. Op Saturdagh is den Lord Howard van Eſtrick van Withal na Weſtmunſter gebracht, om aldaer voor de Grand Jurys geëxamineert te werden, wegens eenige ſaecken rakende de Conſpirateurs, die in den Tour ſitten. Den ſelven dagh zijn de Rechters in de Kamer van de Exchequer, volgens jaerlijckſe gewoonte, te ſamen gekomen, om Perſonen, die tot Sherifs van de Provintien van dit Koningrijck voor ’t volgende Jaer verkoren ſullen werden, te nomineren. Op giſteren hebben den Lord Major en Aldermans, opgewacht door de Burgers, in St. Mary Kerck geweeſt, alwaer Dr. Pellin voor haer predickte; aenſtaende Donderdag ſal Dr. Callancy aldaer mede voor de Artillery Compagnie prediken. Op Sondag hebben den Lord Mayor en de Rechters het Sacrament oock ontangen. Giſteren hebben de Rechters van des Conings Banck en de gemeene Pleydoyen als voorheen geſeten, in welcke gelegentheyt den Rechter Witkins de gewoonlijke Eeden van den Lord Chef Juſticier Jeoffryes, den Lord Chef Juſticier Jones, Mr. Juſtice Walcott, en Mr. Juſtice Holloway nam; dit gedaen zijnde, ſoo namen zy hare Plaetſen, en wierdt alsdoen de ſaeck van Mr. Speak te berde gebracht, welcke ſeyde, dat den Privé Raedt hem wel vryheyt gegeven had, om onder Borgtocht ontſlagen te mogen werden, maer dat hy ſig echter aen dat Hof moſt aengeven; ’t Hof, echter doenmaels ſcheydende, belaſte hem ’s anderendaegs weder te verſchijnen, gelijck hy oock van daeg gedaen heeft, maer alſo ſijn Borgen, welcke hy mede bracht, geen 2000 Ponden rijck waren, wierdt geordonneert, dat hy noch in bewaring ſoude moeten blyven; men ſegt, dat’er een Acte van Scandalum Magnatum van 50000 Ponden tegens hem ſtaet in te komen.

Londen den 16 November. Aron Smith heeft van daegh weder voor de Konincklijcke Beurs in de Pillory geſtaen. Mrs. Celliers is van daeg voor het Hof van des Konings Banck gebracht, aen het welck ſy door haer Advocaet op een Geſchrift van Erreur liet verſoecken, om onder Borgtocht los gelaten te mogen werden; het ſelve wierdt haer oock na eenige Debatten toegeſtaen, waer op vier Perſoonen elck voor 250 Ponden, en ſy ſelfs voor 500 Ponden, Borgh bleven, dat ſy, als het Hof ſulckx vereyſchte, ſoude compareren; maer een andere Actie tegens haer ingebracht zijnde, ſoo is ſy in de Gevangenis van des Konings Banck gebracht. De geene, die laetſt uyt de Gevangenis van Gatehouſe gebroken is, is weder gevangen gekregen. Mr. Starky, de Boeckverkoper, Mr. Thomas Hunt, en Mr. Henry Carr, Autheurs van de Weeckelijke Packetten of Advyſen van Romen, zijn alle uytgebannen, om dat ſy op diverſche Informatien, welcke tegens haer geëxhibeert zijn, niet zijn verſchenen. Mr. Desby, die de Oratie van den Lord Ruſſel heeft gedruckt, en Mr. Johnſon, die het Boeck, genaemt Juliaen den Apoſtaet, geſchreven heeft, zijn van de morgen beyde voor ’t Hof van des Konings Banck verſchenen, alwaer aen de leſte gepermitteert wierdt, om Borg te mogen ſtellen, te weten hy ſelfs voor 2000 Ponden, en 4 andere voor 5000 Ponden yder. Een Mr. Duke, een Vrede-Rechter, is benevens Mr. Criſp, ſijn Secretaris, van daeg in de Gevangenis geſet, alſoo hy voor ſaecken, die hy moſt weeren, Geldt heeft genomen. Op morgen ſullen de Grand Jurys van het Graefſchap Middelſex weder by een komen, voor wien als dan den Lord Howard van Eſtrick, Mr. Shepperd en Collonel Rumſey ſullen verſchijnen, om haer Getuygeniſſen tegens de Comſpirateurs, die in den Tour ſitten, over te geven, waer uyt men beſluyt, dat deſelve ſpoedig te recht geſtelt ſullen werden.

Londen den 16 November. Men heeft advys, dat’er noch verſcheyde Corporatien gereſolveert hebben, om hare Charters aen ſijn Majeſteyt over te geven, ten eynde daer door alle ongemacken te vermyden. Mr. Herbert, Broeder van den Vice-Admirael, is Rechter van Cheſter gemaeckt, en Mr. Atturny tot Treſorier van de Inner-Temple. Eene Mr. Sudly, zijnde een Klerck, eenige quade Woorden van ſijn Konincklijcke Hoogheyt geſprooken hebben, is in bewaringe van een Meſſenger geſtelt. Mr. Culliford, die in de Pillory heeft geſtaen, en nu om ſijn Boete te betalen, noch in Newgate gevangen ſit, heeft door ſijn Advocaet om een Habeas Corpus verſocht. Onder de Perſoonen, die na Schotlant gevoert zijn, om aldaer te recht geſtelt te werden, zijn Srs. Hugh, George Cambel, John Cockeram, Mr. Coſter, Mr. Murry, Mr. Nesbet, Mr. Butler, en Mr. Alexander Sprus, Stewaad van den laetſten Grave d’Argyle. Den Spaenſſen Ambaſſadeur heeft op giſteren een Memorie aen den Coningh, wegens de tegenwoordige ſtaet van ſaecken, overgelevert.

Duytsland en d’aengrenſende Rycken.

Stockholm den 30 October. Sijn Coninglijcke Majeſteyt op giſteren na de middagh ten twee uren van Upzal weder alhier aengekomen zijnde, is zedert in den Raedt verſcheenen. Men wil, dat den Moſcoviſen Grooten Geſant in de aenſtaende Weeck met de gewoonlijcke Ceremonien, en ’t kuſſen van ’t Kruys, in den Name van ſijn Heer en Meeſter, de onderhouding van de tegenwoordige Vredens-Tractaten ſal bekrachtigen, en daer op vervol-