gens afgevaerdigt werden. Soo lange ſijn Coninglijcke Majeſteyt van hier afweſig is geweeſt, hebben de Moſcoviſe Geſanten geen Conferentien gehad, alſoo de Heeren Gedeputeerden den Grave Guſtaef van Oxenstern, en den Heer Ernſt Johan Creutz onpaſſelijck waren.
Coppenhage den 8 November. Men ſpreeckt hier nu by na niet anders als van Wervingen en Toeruſtingen tegens ’t toekomende Voor-Jaer. Men divulgeert, al of ’er weder een nieuwe Franſſen Ambaſſadeur tot Stockholm werdt verwacht.
Weenen den 7 November. Daer werden dagelijckx noch veele Turcken gevangen, ſoo dat men ’er nu wel 2000 heeft, dewelcke alle aen onſe Fortificatien moeten arbeyden. De Poolen ſouden gaern in de Winter quartieren gaen, om tegens ’t toekomende Jaer weder vroegh te Velde te zijn. Den Ceurvorſt van Beyeren is na huys vertrocken; doch ſal echter in ’t Voor-Jaer weder met een Armee van 20 a 24000 Man te Velde komen.
Lintz den 9 November. Den Grooten Vizir is geheel na Adrianopolen vertrocken, en heeft gants Ongaryen verlaten: den Overſten Heuſler heeft met ſijn Regiment, eenige Croaten en Ceur-Beyerſſe Volckeren den ſelven tot aen de Ezegger-brugge nageſet, en in de retirade noch veele doot geſlagen, hebbende daer op oock de Brugge aldaer geruineert, ter ſelver plaets Poſt gevat, en een Schans doen opwerpen, om tegens ’t Voor-Jaer te beletten, dat aldaer weder geen Brugge gebout wert. De Veſtingen Newheuſel en Caniſcha zijn rondom ſoo naeu beſloten, dat zy geen Secours konnen bekomen, waer door men hoopt, dat die ſonder verlies in onſe handen ſullen moeten vallen. De Veſting Novigrad heeft ſig, ſonder dat het ons een Man gekoſt heeft, overgegeven. 200 Montecuculiſe en Saxen-Lauwenburgſe Volckeren, die ſig te verre uytgewaegt hebben, zijn in tegendeel in der Vyanden handen gevallen, en meerendeels nedergemaeckt of gevangen geworden.
Regensburg den 13 November. De Gedeputeerden van Mentz, Trier, Ceulen, Paltz en Beyeren, gelijck oock die van ’t Collegie der Princen, hebben nu ordre van de Heeren hare Principalen ontfangen, om de Complimenten van Congratulatie aen den Keyſerlijcken Principalen Commiſſaris, den Grave van Windisgratz, af te leggen: d’andere Gedeputeerden verwachten echter noch ten dien eynde haer Instructien; men meent, dat, als die gekomen zijn, de ſaken ten pricipale weder by der hant ſullen werden genomen.
Straetsburg den 14 November. Den 18 deſer ſullen de 12 Bataillons, die hier te Lande zijn, en waer mede het Corps d’Armee van Monſr. de Crequi verſterckt ſal werden, ſoo men ſeght, omme noch iets te ondernemen, in de Ruprechtsau by deſe Stadt te ſamen komen, ten welken eynde de Quartieren al zijn geaſſigneert, met ordre aen d’Officiers ten platten Lande, om haer van alle nootſakelijckheden te voorſien. De nieuwe Wervingen in deſe Quartieren werden met een goet ſucces voortgeſet. Monſr. de Monclar heeft ordre van ’t Hof ontfangen, om alle de Guarniſoenen van ’t Elſas en Brisgauw te gaen viſiteren, en over-al goede ordre op de Oorlogs proviſien te ſtellen. Daer is bevel aen 1000 Land-luyden gegeven, om aen de Fortificatien deſer Stadt te arbeyden.
Hamburg den 16 November. Voorledene nacht heeft men alhier een ſeer harde Storm gehad, dewelcke noch continueert, en ſtaet derhalven te vreſen, dat men van groote ſchade uyt Zee ſal horen.
Hamburg den 19 November. Den Heer Gotzke van Buckwalt is op giſteren na de middag ten twee uren geluckig uyt Engelandt alhier gearriveert. In Denemarcken werden noch greote Preparatien, om nieuw Volck te werven, gemaeckt.
Ceulen den 19 November. Den Biſſchop van Straetsburg is noch toch Luyck, doch werdt in weynig dagen alhier verwacht, want volgens de Brieven van daer was de Ratificatie van ’t Accommodement, met die Stadt gemaeckt, op Saturdag avont aldaer gekomen; waer op Sondags ’s morgens ten 10 uren alle de Gildens vergaderden, en de Conditien van het ged. Accommodement aggrecerden, uytgenomen twee Gildens, als het Drappiers en het Sackedragers; men meent echter niet, dat het Accommodement daer door ſal achter blyven. Hoog-ged. Biſſchop van Straetsburgh had den ſelven Sondag by Monſr. Roudiere, Franſſen Reſident, gegeten. De Gemeente deſer Stadt verlangt ſeer te vernemen, wat haer Gedeputeerden aen het Keyſerlijcke Hof ſullen uytwercken; men wil ondertuſſchen, dat ſy aldaer van de Keyſerlijcke Miniſters niet wel geſien werden. Vermits den Burgermeeſter Wiſſchius ſijn Amende nu betaelt heeft, doet de Regering alhier alle mogelijcke vlijt, om de Stadt in ſijn vorige ruſt te herſtellen, en conſulteert over het ſelve met veele Rechtsgeleerden.
VRANCKRYCK.
Marſilien den 8 November. Men heeft hier advys, dat het Accommodement met die van Algiers apparent haeſt ſal zijn gemaeckt. Meſamorte, deſſelfs Gouverneur, ſoude door ſijn Partyen weſen omgebracht, waer van men echter de confirmatie ſal moeten af wachten. Uyt Spangien heeft men hier omſtandige tydinge, alwaer een Persoon ’t rapport gebracht had, dat het Schip de Suſanna, Schipper Jolle Jolleſz., door 3 Thuniſſe Roof-ſchepen is genomen. Het Convoy nae de Levant ſal hier ncoh wel tot in het begin van December blyven leggen; met het ſelve ſullen 6 Schepen na Smirna en 3 Schepen na Conſtantinopolen vertrecken.
NEDERLANDEN.
’s Gravenhage den 21 November. By deſen is voor als noch niet van voorvallende veranderinge van binnen of buytenlantſe ſaecken te berichten, alſoo de eerſte ſtil ſtaen tot de weder herwaerts komſt van ſijn Hoogheyt den Heere Prince van Orangie, en de Vergaderinge van de Heeren Staten van Hollant en Weſt-Vrieſlant, ’t welck in een dag of twee ſtaet te geſchieden.
Amſterdam den 21 November. Sijn Hoogheyt den Heere Prince van Orangie, geaſſisteert door de Heeren Gecommitteerden uyt haer Ed: Groot Mog:, nevens eenige hooge aenſienlijcke Militiaren, daer onder ſijn Excell: den Heere Grave van Styrum, (welke aen hoogged. ſijne Hoogheyt rapport van de geſtalte van ’s Landts Vloot heeft gedaen) is op heden deſen morgen door haer Edele Groot Achtbaerheden de Heeren Burgermeeſteren deſer Stadt uyt de Nieuwe Kerck na het Heeren Logement geleyt, en weder van daer met een Gevolg van 15 Karoſſen na het Stadhuys, ſcheydende aldaer de Militairen, als wanneer ſijn Hoogheyt, het by 11 uren zijnde, met deſe aenſienlijcke Deputatie door haer Edele Groot Achtbaerheden wierdt opgeleyt, (gaende door een gedeelte van ’t Guarniſoen deſer Stadt, ’t welck op de Straet gerangeert ſtont) tot boven voor onſen Raedt, alwaer omtrent een uur verbleven; wanneer hooggem. ſijne Hoogheyt, na dat alvorens afſcheyt van den Raedt hadde genomen, van de Heeren Gecommitteerden ook ſcheyde, en alſoo met ſijn Treyn omtrent 12 uren uyt deſe Stadt is vertrocken.
Amsterdam den 21 November. De reets gementioneerde Schepen van Oorlog, welcke voor onſe Kuſt gebleven zijn, waren de Schepen, gevoert door de Capiteynen Gillis Schey, Jan Minne, de Wit, Hartwijck en Kerſeboom: doch tſedert heeft men noch bericht gekregen, dat nae het quade We’er oock geſoncken is het Schip Hollandia, gevoert by ſijn Excellentie den Heere Grave van Stirum, nae dat alvoorens de Maſten had moeten kerven, doch ſijn Excell. is met het Volck gebergt: Item is noch in ’t Gat van Teſſel geſoncken ’s Landts Schip Gouda, dat men meende Maſteloos binnen te slepen, doch den Capiteyn met het Volck is mede geluckig gebergt. Capiteyn de Wit is met ſijn Soon, deſſelfs Luytenant, genaemt Michiel de Wit de Ruyter, Baron, doodt aen Strant gevonden, en alhier gebracht: Capiteyn Minne is mede verdroncken, en ſeght men oock van Capit. Kerſeboom; doch de verdere 2 Capiteyns zijn behouden te Landt gekomen, daer onder Capiteyn Hartwijck ſeer miraculeuſelijck op een Planck met 14 a 15 Man van ſijn Volck. Op Giſteren quam noch in Teſſel binnen ’s Landts Schip het Moriaens Hooft, gecommandeert door Capiteyn Elſevier. De verdere Oorlog-ſchepen meent men nu, dat op twee na alle, ſoo in Teſſel, het Vlie, de Maes en in Zeelandt, binnen zijn. Den Vice-Admirael Vlug, die noch mancqueert, meent men, legt noch Maſteloos voor de Haecks ten Ancker: uyt het rapport van een Schipper verſtaet men, dat hem 2 Galjoots waren toe geſonden, doch die waren vaſt geraeckt. De Koopvaerdy-schepen, die in Teſſel zijn vermiſt geweeſt, alſoo door de laetſte Storm op verſcheyde kanten waren gedreven, komen veele noch weder te recht, die noch heel gebleven zijn: doch den Diamant, en het Schip de St. Salvador, met het Frans Schip, het Wapen van Vranckrijck, zijn echter gebleven.
Amſterdam den 22 November. Het Schip de Cornelia, Schipper Bouke Lemmers, die ſoo lang van Liſſabon gemancqueert heeft, is alhier behouden gearriveert, hebbende ſig nergens aenbegeven; hy is daegs voor de laetſte Storm al in Texel binnen geweeſt. Voorleden Saturdag zijn wel 25 Schepen van de verwachte Vloot uyt de Zont binnen gekomen; noch wel 50 waren voor de Wal; een der ſelve, van Riga komende, was gebleven: ’t Schip de vergulde Son was mede vol Water geraeckt: anders hoort men van geen Spaensvaerders meer, die in Texel zijn gebleven, behalvens de 3 gemelde, die mede weg zijn; de vordere zijn noch behouden. In ’t harde Onwe’er is een Scheepje uyt de Condaet behouden binnen geraeckt.
Amſterdam den 22 November. Tot Rotterdam is een Scheepje uyt het Geſelschap van Capiteyn Pieterſon gearriveert, ſoo dat dito Convoy apparent met de Schepen van Cadix haeſt ſtaet te voorſchijn te komen. Een Kaegman, heden uyt Teſſel gearriveert, ſegt, dat aldaer met ſijn vertreck eenige Fluytjes binnen quamen, apprehenderende het ſelve van de voorn. Compagnie te zijn. Van den Vice-Admirael Vlug werdt noch niet ſeeckers gehoort; eenige meenen, dat hy mede geſoncken is, en andere hoopen, dat hy in ’t Vlie binnen geſleept ſal zijn. De Engelſſe Beurtman is met wel 100000 Guldens Contanten in Teſſel mede laetſt geſoncken. De Ooſterſſe Vloot heeft wel eenige ſware Winden uyt den Noorden gehad op voorleden Sondag en volgende dagen, doch dito Schepen hebben ſoo harde Stormen niet gehad, als het hier op de Wal gemaeckt heeft. Het Schip van Riga gebleven, verſtaet men te zijn daer Schipper op was Jacob Gerbrantſz. van Koudum. Op toekomende Woensdag ſal het Lijck van den Heer Capiteyn de Wit met deſſelfs Soon ter Kercke gebracht werden; zijnde ſijn gemelde Heer Soon met de Spaenſſe Poſt, even voor de laetſte, gebracht van ſijn Majeſteyt van Spangien den Titul van Baron, met een Tractement van 2000 Ducaten Jaerlijcks, wegens de Dienſten van wijlen ſijn Groot Vader, hooghloffelijcker Memorie, den Heer Admirael de Ruyter.
Haerlem den 22 November. Voorleden Saturdag avont is Capiteyn Minne alhier begraven. Sijn Hoogheyt den Heere Prince van Orangie is giſteren van Amſterdam na de Kruytberg, en op heden van daer wederom naer ’s Gravenhage door deſe Stadt gepasſeert.
Daer wert vermiſt een Jongman, genaemt Jacob de la Mine, out omtrent 25 Jaer, hebbende gevaren voor Volontair op ’t verongelukte ’s Lands Schip de Prins te Paert, gevoert by Capiteyn Minne, zijnde middelmatig van lengte, en dick ſluyck kort blont Hair, redelijck langachtig van Neus, ſtaende onder een weynig krom, hebbende een bovenſte Tant, die wat inwaerts ſtaet, en blaeu van Oogen: Die deſelve ſoude mogen voorkomen, gelieft het t’addreſſeren t’Amſterdam by Notaris Baert, op de Lely gracht, ſal eerlijk geloont werden.
t’Amſterdam, by Abraham Schuurman, Boeckverkoper over de Nieuwe Kerck, is gedruckt: Stoiſche Philoſophie omtrent het Leven; nieulijckx uyt het Frans verduy[t]ſcht; en een kort Vertoog van de gronden van een goet Loven.In 12.
Op Maendag den 29 November ſal men tot Haerlem, in ’t Nieuwe Heeren Logement, verkopen een groote, ſtercke en Neeringrijcke Zout Keet, ſtaende even buyten de Stadt, aen het Spaerne, voorſien met 4 Pannen, 2 Turf-Schuren, Kuypen, Cel-huys, 7 wit Zouts-Dennen, Zout-Water-back, 1 Oesvat of Pekel-put, mitsgaders van alle het toebehoren ende Gereetſchappen wel voorſien.
Tielman en Seger Goris, Daniel vander Leven en Boudewijn Verdam, Makelaers, ſullen op den 28 December tot Rotterdam in de Stads Doele verkopen een ſeer groote Party ſchoone en welgeconditioneerde Havana Huyden, wegende van 16 tot 42 Ponden.
Gedruckt tot Haerlem by ABRAHAM CASTELEYN, Stads-Drucker, op de Marckt, in de Blye Druck, Den 23 November, 1683.