Naar inhoud springen

Pagina:Opregte Haarlemsche Courant 1720 Thursday ed no 004.pdf/2

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gentheyt voor, hunnen nieuwen Biſſchop en Prins blijcken, en hadden hem aenſtonts tot een Don Gratuit 50000 Rijcksdaelders ’s jaers, en 24000 ’s maends aengeboden, boven ’t geen noch vereyſcht wert tot de andere onkoſten van ’t Land, onderhoud van Troupen en andere noodwendigheden. Eenige Adelijcke Gedeputeerden uyt de Hertogdommen Berg en Gulich zijn voor eenige dagen hier in ’t Minnebroeders Clooſter vergadert geweeſt, om nader te delibereren over ’t geen tot redres van haer beſwaerniſſen, hangende by den Rijcks Hofraed te Weenen, noodſakelijck is, en ſy zijn na haer reſpective Woonplaetſen gekeert. De jonge Graef van Sunderland te Bon aengekomen zijnde, heeft aldaer veel beleeftheden van den Ceurvorſt van Ceulen en deſſelfs Miniſters ontfangen, en is vervolgens met Poſtpaerden na Metz gereyſt, om van daer ſijn reys na Switſerland en Italien voort te ſetten. Eenige advyſen uyt Sicilien melden, dat de Stad Palermo ſig den 26 December aen de Keyſerſſe had overgegeven.

Uyt het Holſteynſe den 19 January. Men ſchrijft van Coppenhage, dat de Coning van Denemarcken ſijn Zeeſtaet, ſoo als ſe in Vredenstijt ſoude beſtaen, op een vaſte voet geſtelt heeft, waer by verſcheyde Officiers haer Dimiſſie bekomen hebben, die echter met goede Penſioenen zijn begunſtigt, als d’Admirael Reets, de Schout by Nachts Liebendants, Thomſen en Hiort; de Commandeurs Offenberg, Kaas en Johan Wibe; de Commandeurs-Capiteyns Walckendorf en Frus, en de Capiteyns Munch, Corbion, Sandfuchs, Brand, Sachsgaard, Fries, Oreck, Blichfeld en Baaſted. De Vice-Admirael Troyel is tot Admirael benoemt, en de Luytenant Verge had de Character van Capiteyn by d’Artillery bekomen: Men ſeyde, dat ſijn Majeſteyt in het toekomende niet meer als 3 Admiraels in dienſt ſal houden, als de Heeren Raab, Judicker en Troyel. De Preſident van de Stad Chriſtiania, Peter Falk, en de Candelaryraed Hiore waren tot Justitieraden benoemt.

Hamburg den 19 January. Men wil van Petersburg verſekeren, dat de Czaar eyndelijck de Mediatie van den Coning van Groot-Brittagne onder ſekere Conditien ſal ingaen, om ſig als dan in de Tractaten met de Coningin van Sweden in te laten: De Indispoſitie van ſijn Czaarſſe Majeſteyt ſoude erger werden. Uyt Sweden werd berigt, dat alle Employen die den Grave van Cronhelm waren afgenomen, aen den Graaf van Horn zijn gegeven, en dat de laetſte wel tot Land-Marſchal op de Rijcksdag mogt verkoren werden. Van Berlijn heeft men, dat de Graef van Ranzau na Weenen was gegaen, om den Keyſer voor ſijn hooge en kragtige Interpoſitie te bedancken, en de verdere hulp tot de reſtututie van ſijn Goederen te verſoecken. Men ſeyde, dat aen den Pruyſſiſe Miniſter te Heydelberg de laetſte Instructie was geſonden, om aen den Ceurvorſt voor ’t laetſte te doen verſtaen, dat ſijn Pruyſſiſe Majeſteyt ſig tegenwoordig met d’enkele reſtitutie van de H. Geeſt-Kerk niet ſal vergenoegen, maer oock begeert, dat alle nu en dan den Gereformeerde afgenome Geeſtelijcke Beneficien, waer onder de Heerlijckheyt Neuhus, Neuburg en andere begrepen zijn, aen haer regtmatige Beſitters we’er ſullen gegeven werden. De Graef Rheinſtern als als Conincklijcke Sweedſe Envojé in de Neder-Saxiſe Creyts alhier aengekomen zijnde, heeft giſteren hier van notificatie aen de Miniſters laten doen. De Sweedſe Admirael Taube heeft de Werving van Matroſen begonnen, die goede toeloop heeft, wijl hy aen yder Matroos 6 Rijksdaelders aen Gage en 4 Rijksd. Koſtgelt ſoo lang ſy aen Land zijn, geeft.

VRANCKRYCK.

Parijs den 19 January. Den 16 deſer ’s nachts ten twee uuren arriveerde alhier de Courier, die de Heeren Staten Generael over het werck van de Quadruple Alliantie na Madrid geſonden hadden, alhier te rug; hebbende maer 8 dagen onderweeg geweeſt: De Hollandſe Ambaſſadeur Heer Hop gaf daer van kennis aen den Hertog Regent en den Abt du Bois, en depecheerde dien morgen gemelte Expreſſe verder na ſijn Principalen. Zedert ſegt men, dat de Coning van Spagne op ſekere conditien genegen was de Quadruple Alliantie in te gaen en Vrede te maken; derhalven men dagelijcks met verlangen deſe conditien per Expreſſe van onſen Ambaſſadeur uyt Holland afwacht. Milord Stanhope heeft hier met genoegen van beyde de Croonen de Negotiatie waerom hy te Parijs gekomen is, wegens de Vrede met Spagne gereguleert, en reets afſcheyt van ſijn Majeſteyt en den Hertog Regent genomen, om na Londen te keeren. Men heeft hier over een Courier na Madrid geſonden, alwaer men niet twijffelt, of na deſſelfs aenkomſt aldaer, ſal de Commercie als voor den Oorlog weer opengeſtelt en d’aengehoude Goederen van d’Onderdanen van Groot-Brittagne aen haer in ’t geheel weer gegeven werden. Soo haeſt als ſulcks ſal in ’t werck geſtelt of de reſolutie daer van in den Raed van Spagne genomen zijn, ſal men van weerzijden een Stilſtand van Wapenen publiceren, die kort daer na van de Vrede ſal gevolgt werden, waer van de conditien by het Tractaet van de Quadruple Alliantie op het fondament van dat van Utrecht geſtipuleert zijn. De Courier die de Heer van Pentenrieder na Weenen geſonden heeft, om het conſent van den Keyſer te verſoecken tot de Clauſul, die de Coning van Spagne begeert, om de Leenen van Toscanen van d’afhanckelijckheyt van den Keyſer en ’t Rijck voor altijt te bevrijden, is noch niet te rug gekomen; maer men twijffelt niet, of deſe difficulteyt ſal wel haeſt weggenomen werden. De Paus heeft oock d’opinie van de Cardinalen en d’Auditeurs van Rota begeert, nademael men van hem ſijn renunciatien en die van de H. Stoel op de Leenen van Parma en Plaiſance eyſt; maer ’t ophouden van de Vrede ſal van die kant niet komen. Men ſpreekt met ſekerheyt van d’aenſtaende Salving van ſijn Majeſteyt, en men begint de Saken die ſoo de rang als de noodwendigheden van de reys aengaen, te reguleren. De Raed van Regeering ſal nu de Coninckl. Raed genoemt werden; en ſijn Majeſteyt ſal den 15 February, als wanneer hy volle 10 Jaren ſal bereyckt hebben, Seſſie daer in nemen. Sijn Majeſteyt ſal de Rouw aennemen, over den Infant Don Philippe, van welkers dood ſijn Majeſteyt met een Brief van ſijn Cathol. Majeſteyt ſelfs, de notificatie heeft bekomen.

NEDERLANDEN.

’s Gravenhage den 23 January. De Miniſters van den Keyſer, Vranckrijck en Groot-Brittagne, waren deſen middag over een uur boven verſcheenen, en vervolgens met haer Hoog Mog. Gedeputeerde in de Treves-Kamer in lange Conferentie, waer in ſoo als men verſekert haer Hoog Mog. aen welgem: Miniſters de Conditien, door den Marquis Beretti Landi wegens den Coning van Spagne om tot een Vrede te komen giſteren overgelevert en geopent, hebben gecommuniceert, om daer af de Sentimenten van der ſelver Hooge Principalen in te wagten, ſoo dat nu de grond of de baſis gelegt is, om met het gemelte werck een regt begin te kunnen maken. De Graef de Morville, Ambaſſadeur van Vranckrijck, ſal morgen avont een groot Bal geven, waer toe groote preparatie gemaeekt werd. Eenige Engelſſe Lords zijn weder na Londen vertrocken. Heden zijn de nadere Conditien van de Hollandſe Lotery met den Druck gemeen gemaeckt. Men heeft tyding, dat de Cardinael Alberoni door Barcelona na Italien gepaſſeert is.

Amſterdam den 24 January. Te St. Antonio is ingeloopen Jan Cadel van hier na Bilboa gaende. Jurriaen Janſſe van Havre de Grace herwaerts komende, is door continuele Stormen te rug gedreven, en binnen Bilboa gekomen. Te St. Sebaſtiaen is gearriveert Hendrik Ravensberg na Bilboa moetende; te Rochefort Schipper Jan Millon van hier; tot Havre de Grace Jooſt Waeg van Bilboa; te Bourdeaux Willem Willemſe de Jonge, Leendert Blaeuw en verſcheyde andere ſoo van hier als de Maes; te Nantes de Windhond, Jan Janſſe Croes, van hier; te Gottenburg Claes Vinck van hier, en nog een uyt d’Ooſt-Zee; in de Sond Michael Errington, Andries Holme en Schipper Weſterveld, en te Bremen Warner Ditjes van Waterfort. In Wight zijn voor de tweedemael ingelopen Jan Martens Blom en Roelof Smith. Onder de Schepen, volgens de laetſte Brieven op de Rheede van Danzig leggende, zijn verſcheyde van hier na Stockholm gaende. Schipper Chriſtiaen Konckel van Stockholm na Stettijn moetende, is omtrent Colbergen, en Michiel Boumeeſter van Coningsbergen na Stokholm gaende, in de Ooſt-Zee gebleven. Op de Hollandſe Kuſt is een Galjoot vergaen, ſonder dat men weet wie deſelve is. Arent Heereſe Schol van Archangel herwaerts komende, dog laetſt van Bergen, is 7 mijl bezuyden die Stad op den 19 December in ’t uytzeylen tegen een Klip gedreven, doch naderhand in een Standplaets gebracht, daer men ’t Schip hoopte in ſtaet te brengen. In Teſſel is binnen Rieuwert Janſen van Dublin na Bremen moetende, en aen deſe Stad Laurens Janſſe van Gottenburg, Capt. Gravoul uyt Vranckrijck, het Schip le Don de Dieu, Jean Baptiſta Drieux, van St. Malo.

’s Gravenhage den 24 January. Deſen middag omtrent een uur was de Marquis Beretti Landi, Ambaſſadeur van den Coning van Spagne, weder boven met haer Hoog Mog. Gedeputeerde in Conferentie, apparent over het meer gemelte werck of Conditien, om volgens de Quadruple-Alliantie tot een Vrede of Vredehandeling te komen. Het Bal ’t geen by den Franſſe Ambaſſadeur Graef de Morville deſen avont ſal gehouden werden, ſal ſeer prachtig zijn. Eenige uytheemſſe Miniſters zijn deſen morgen by den Graef van Windisgratz, Miniſter van den Keyſer, geweest.



Alle den geenen die eenig regt, actie ofte pretentie hebben ten Boedelen van wijlen de Heer Lodewijck Beeckhuyſen, overleden tot Sluys in Vlaenderen, werden hier mede uyt kragte van Conſent verleent by d’Achtb. Magiſtraet der ſelve Stad Sluys in Vlaenderen, in dato den 12 October 1719, wegens Meſſrs. Johannes Jongereus en Johan Elias, beneffens Juffr. Anna Pilſius, Weduwe van den voorn. Heer Beeckhuyſen, in de qualiteyt als Voogden en Voogdeſſe van de naergelaten Weeſen van den ſelven Beeckhuyſen, en ſulkx in die qualiteyt impetranten van benefitie van Inventaris ten voorſz. Boedele, voor de tweedemael geciteert en gedagvaert by edicte jegens Donderdag den 8 February 1720, om te compareren voor opgem. Achtb. Magiſtraet der Stad Sluys in Vlaenderen, ’s morgens ten 10 uuren, tot bet overbrengen en bekentmaken van hare pretentien met de verificatien daer toe dienende, en deſelve met Eede te affirmeren, op pœne dat ten laſte van de Non-Comparanten en Deffaillianten ſal werden gedecerneert het eerſte deffaut, ten ſulckken profijte als na regte.

Men adverteert alle Liefhebbers, doch wel voornamentlijck de Boeckverkopers in de Buyten-Steden, dat men na ultimo January 1720 geen intekening in ’t Werck van de algemeene Kerckelijcke en Wereltlijcke Hiſtorien van de Heer Suyckers, Folio, 10 Deelen, met curieuſe Kopere Konſtplaten verciert, tot 50 Gl. ſal aennemen; maer dat gemelte Boeck alsdan 67 Gl. ſal moeten gelden op een boeten van 2000 Guldens in de Conditien geſtipuleert, en dat het Werk voldrukt zijnde, niet minder als voor 75 Gl. ongebonden ſal verkogt werden; derhalve werd een yder gewaerſchouwt ſijn 16 Gulden tot Intekening van yder Exemplaer voor die tijt aen R. en G. Wetſtein Boekverkopers tot Amſterdam over te ſenden, om recipiſſen daer voor te omfangen of kunnen volgens de geſtelde Conditien geen deel aen de favorable Inſchrijvinge hebben.

Eſter le Noble, Franſſe Juffrouw, doet bekent maken dat ſy tot Alkmaer heeft opgeregt een Koſt-School voor jonge Juffrouwen om deſelve te leeren de Franſſe-Tael, Leſen, Schrijven, alle ſoorten van hantwerken, een goede Opvoedinge en alles dat een jonge Juffrouw nodig is; die genegentheyt mogte hebben hare Kinderen onder hare directie te geven, kunnen ſig adreſſeeren op de Laer aldaer, en welken eynde haer dienſt preſenteert.

Tot Amſterdam by Joannes Pauli, Boekverkoper op ’t Water in Seneca, is gedrukt en werd uytgegeven Bern. Nieuwentijt, gronden van zekerheyd, of de regte betoogwijſe der Wiskundigen, ſoo in ’t denkbeeldige als in ’t zakelijke; ter wederlegging van Spinoſaas denkbeeldig ſamenſtel, en ter aenleiding van een ſekere ſakelijke Wijsbegeerte, in 4. Nog ſtaet in ’t kort by den ſelven uyt te komen, de kleyne Print-Bybel, vervattende in 150 Octavo kopere Platen, verſcheydene ſpreuken ſoo des Oude als des Nieuwe Teſtaments.

Op aenſtaende Vrydag, den 26ſte January, en ſoo by continuatie om de 8 dagen, ſal tot Amſterdam by Johannes Ratelband werden uytgegeven en by de meeſte Boekverkopers zijn te bekomen: De Fabriquer in Brieven over ernſtige en boertige onderwerpen en algemeene voorvallen, ter ſchuwinge van ledigheyt geſchreven voor crouſtilleuſe, gefronſte en netelige Geeſten, die het nuttig berispen beminnen en vergenoegen kunnen vinden in grillige reflexien en eeregloſſen en bigare alluſien, geſchoeyt op ’t morale leven, door A. E. J. O. U.


Gedruckt tot Haerlem, by ABRAHAM CASTELEYN, Stads-Drucker, op de Marckt, in de Bleye-Druck. Den 25 January, 1720.