Pagina:P. CROMBECQ. Vandenborne Lientje. Edegem 30 november 2006 v5.1.pdf/4

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


op een te strenge wijze ‘bijstuurde’: Jan Beyaert, beeldsnydere, die aengenomen hadde te leeren Machielken Bone, Barthelemeeus sone, tvoirse, ambacht, heeft, mits sekere clachten die de voirse, Barthelemeeus Bone gedaen heeft, voir den Raide van der stadt van sekere meshandelingen en onmanierlycken correctien en onderwyse die de voirse, Jan gedaen soude hebben, over den voirse….


Jan had met Catharina Van Belle drie kinderen: Maria, Barbara en Jan. Maria huwde Peeter ‘van Gheele’ de Groote, een beeldhouwer. Barbara huwde Jan Leunckens, telg van het grote Leuvense beenhouwersgeslacht[1]. Barbara ‘Beyaert’ Vandenborne werd snel weduwe met vijf jonge kinderen. In een akte van 7 juli 1535 [2] lezen we over haar dat ze erg arm is, het erg moeilijk heeft om haar gezin te onderhouden en moet wonen in het slachthuis: Nae dien dat Barbere Vanden Borre, weduwe Jans wylen Loenkens, voer den raide deser stadt gecompareert es, ende aldaer, …, hueren scamelen staet te kynnen gaff, oick hoe zy behouden hadde van den voirse wylen hueren man vyff jonghe weesen, die hen selve niet behelpen en consten, ende de welcke sy met haer selven met haren sueren arbeyde ende noch armelyck genoech te onderhouden hadde, alleenlyck daertoe in subsidie hebbende, metten selven hueren kinderkens, een huys gelegen inde Wierinck, achter de Nyeuwcamme, wesende een slachthuys, dienende den vleeschouwers om beesten te slaen en te schouwen.... Nooit zal ze toen vermoed hebben dat het, ondanks die slechte levensomstandigheden, haar kinderen zullen zijn die borg zullen staan voor de verdere ontwikkeling van het grote geslacht Leunckens.

Jan ‘Beyaert’ Vandenborne ‘de jonge’ (°ca1498, <1543; #2), leerde het vak van beeldhouwer bij zijn vader. Hij hielp ook andere kunstenaars en kwam ondermeer terecht in het atelier van Josse Massys ‘de jonge’ (°ca1463, <1529; #6), kunstsmid, horlogemaker en bouwmeester van de stad Leuven.

Dat moet zo rond 1520 geweest zijn.

De kunstenaars Massys

Josse is de zoon van Josse ‘de oude’, slot- en horlogemaker, afkomstig van Ouwen (nu Grobbendonk) en Catharina Van Kinckem van Tiense afkomst[3]. Josse ‘de oude’ (°<1439, <1483; #12) groeide op in de voorouderlijke hoeve ‘Ter Ykele’ (later na de omwatering ‘Ykelschrans’) in het gehucht Boshoven bij Ouwen[4]. Die hoeve werd bewoond door de Massys’en sinds 1350. De vader van Josse ‘de oude’, Hendrik Massys verkocht de hoeve in 1458 waarna de kinderen uitzwermden over Brabant. Josse ‘de oude’ vertrok naar Leuven, broer Jan ging naar Antwerpen waar hij zich vestigde als smid. Hendrik Massys (°<1400, <1475; #24) verbleef even te Antwerpen in huis ‘Den Witte Voet’ maar keerde terug naar Ouwen waar hij voor de Heer van Grobbendonk meier werd van Ouwen en Bouwel.

  1. P. CROMBECQ, Het Leuvense geslacht Leunckens deel 1, in: Vlaamse Stam nr. 6 (Antwerpen: Vlaamse Vereniging voor Familiekunde, 2005), pp. 537 e.v. en Het Leuvense geslacht Leunckens deel 2, in: Vlaamse Stam nr. 1 (Antwerpen: Vlaamse Vereniging voor Familiekunde, 2006), pp. 18 e.v.
  2. SAL, 8195, akte van 7 juli 1535, cfr. E. VAN EVEN, Les sculpteurs Beyaert, o.c, p. 181.
  3. E. VAN EVEN & H. HYMANS, Massys in: Biographie Nationale, deel 14, pp. 629-667, (Brussel: Bruylant-Christophe, 1866-1985), hierna geciteerd als E. VAN EVEN & H. HYMANS, Massys, 640.
  4. A. DE LAET, Quinten Massys: voorgeslacht, leven en kunst uit: De Schakel 9, jaargang 4 van 1954 (Antwerpen: Lloyd anversois, 1954), hierna geciteerd als A. DE LAET, Quinten Massys, 16.