Pagina:P. CROMBECQ. Vandenborne Lientje. Edegem 30 november 2006 v5.1.pdf/5

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


Josse ‘de oude’ kwam voor 1459 te Leuven aan, huwde er Catharina Van Kinckem en trok in bij zijn schoonouders in huis ‘De Causse’ aan de Mechelsestraat te Leuven [1]. Hij overleed in 1483 en liet een weduwe en vier kinderen na: Josse ‘de jonge’, Quinten, Jan en Catharina.

Quinten verliet in 1491 het ouderlijke huis en trok naar Antwerpen waar zijn neef Jan ‘de bontwerker’, zoon van zijn oom Jan ‘de smid’, woonde. Quinten is niemand minder dan de hoogbegaafde kunstenaar Quinten Massys (°ca1466, 1530)[2], wiens talenten tot volle ontplooiing komen in de bloeiende en rijke Antwerpse havenstad. Zijn broer Jan werd eveneens kunstschilder en volgde Quinten. Rond 1500 waagde zijn zus Catharina samen met hun moeder eveneens de oversteek naar Antwerpen.

Josse ‘de jonge’ (°ca1463, <1529; #6) bleef in Leuven en bouwde een stevige reputatie op als kunstsmid, slotenmaker en orloyemeester (horlogemaker). Hij werd zelfs de architect of bouwmeester van de stad Leuven. Josse bleef wonen in het ouderlijke huis ‘De Causse’ en werd er eigenaar van in 1494. Hij huwde Christina Van Pullaer rond 1486 en kregen in 1488 een dochter Catharina (°ca1488, 1543; #3), geboren in het huis waar ook haar oom Quinten, de grote kunstenaar, het levenslicht zag.

In het atelier van Josse ‘de jonge’ liep ook éne Jan ‘Beyaert’ Vandenborne rond.

Dat moet zo rond 1520 geweest zijn.

Jan ‘Beyaert’ Vandenborne en Catharina Massys

Jan ‘Beyaert’ Vandenborne en Catharina Massys leerden elkaar meer dan waarschijnlijk kennen in het atelier van vader Josse en huwden rond 1520. Na het overlijden van Josse ‘de jonge’ Massys in 1529 erfde het echtpaar alle ouderlijke bezittingen en ging het in de ouderlijke woning van Catharina wonen. Ze kregen zeven kinderen: Linken (Lientje), Pauwel en vijf niet met naam genoemde broers en zussen[3].

Hoewel Jan een getalenteerde kunstenaar was, was hij ook een dromer. Naast zijn kunstactiviteiten discuteerde hij ook graag met zijn vrienden in de Leuvense taveernes over politieke en religieuze zaken. Men zegt zelfs dat hij meer in de taverne vertoefde dan in zijn atelier waarna hij zich al eens overgaf aan baldadigheden en diefstal. Zo werd hij in 1522 door de Stadsraad tot de orde geroepen omdat hij, dronken, een metalen schaal (een ‘lavoor’) uit het café had gestolen en verkocht, kaarsen uit de sacristie had gestolen en deze ook verkocht en, alweer in dronken toestand, van een voorbijwandelende jongeman zijn muts (‘bonette’) had afgepakt en er mee weggelopen was [4]: Jan Beyaert, beeldsnydere,… ,heeft expresselyck bekint, ierst en voere al, dat hy, nu inden winter lestleden, met meer geselscaps hebben sitten drincken, inde taverne genaempt den Werelt, op de groot Merct deser stadt, wel by drancke zynde, met hem gedragen heeft uut den selven huyze, een metalen lavoor.. en dat hy tselve vercocht, de penningen daer van comende getogen en naer zynder belieften bekeert heeft; ten andere, …, inde sacristyen van onzer liever Vrouwen, …, aldaer sekere eynden oft stukken van wassen keerssen, .., en met

  1. A. MEULEMANS, Huizen en straten van het Oude Leuven. Deel 1: Patrimonium. (Leuven: Leuvens Historisch Genootschap, 2004), hierna geciteerd als A. MEULEMANS, Huizen en straten Oude Leuven, p. 304.
  2. F. PRIMS, De familie van Quinten Massys & Quinten Massys in de kempen in: Antwerpiensia, losse bijdragen tot de Antwerpsche geschiedenis, 1930, (Antwerpen: De Vlijt, 1928-1954), hierna geciteerd als F. PRIMS, Quinten Massys, SAL, 8158, akte van 10 september 1494.
  3. F. de ENZINAS, Mémoires de Francisco de Enzinas, (Brussel: Société de l' histoire de Belgique voor Campan, Ch. -Al, 1862-1863), hierna geciteerd als F. de ENZINAS, Mémoires de Enzinas, p. 398 en p. 404.
  4. SAL, 8181, akte van 26 maart 1522, cfr. E. VAN EVEN, Les sculpteurs Beyaert, o.c, p. 188