Pagina:P. CROMBECQ. Vandenborne Lientje. Edegem 30 november 2006 v5.1.pdf/6

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


hem, …, gedragen, vercocht en daer mede zynen wille gedaen heeft; en ten derden dat hy, bynnen dezen vasten, oick by dranck wesende, inden avont, omtrint IX of X uren, aen de Oude Peeter, eenen jonghen aenveerdt heeft, en dat, onder dhande, de bonette van den hoofde desselfs jonghen gevallen zynde, hy die opghenomen en daermede ewech geloopen es, meynende die, nae zynder begeerten, te gebruycken…”. Op voorspraak van zijn invloedrijke familieleden en de burgemeester kreeg hij hiervoor geen straf op voorwaarde dat hij geen soortgelijke feiten meer zou plegen. Die pleegde hij wel en hij werd nog meermaals veroordeeld tot het betalen van een boete.

Op 31 oktober 1517 had Maarten Luther op de kerkdeur te Wittenberg zijn 95 stellingen aangeplakt [1]. De hoofdzaak waar het in deze stellingen om gaat is de vraag naar de geldigheid van de aflaten, de kwitanties, de schriftelijke bewijzen van schuldvergiffenis en strafontheffing. Volgens Luther kan niet de kerk maar enkel God genade verlenen[2]. De kerk kan de dwalingen van de gelovigen niet vergeven. Hiermee wou Luther duidelijk maken dat alleen door de goddelijke genade vergeving van de zonde kon verkregen worden. Na veel bijbelstudie kwam hij tot het inzicht dat alleen het geloof zalig maakt! Door de bijbel als enige bron van geloof voorop te stellen, viel elke andere schakel tussen God en de gelovigen weg: de kerkelijke hiërarchie van paus, bisschoppen, priesters en kloosters, de heiligen en de sacramenten, met uitzondering van het doopsel en het avondmaal (de protestantse versie van de eucharistie) (16)[3]. Daarmee raakt Luther aan de grondvesten van de kerkelijke traditie. Indien het geloof alleen zalig maakt, dan verliezen boetedoening, processies en aflaten namelijk elke betekenis. Ook het bestaan van het vagevuur, de plek in het hiernamaals waar men wordt gestraft voor de nog niet uitgeboete zonden die men heeft begaan tijdens het leven, wordt door de protestanten ontkend. Volgens de kerk kunnen de achterblijvers nog iets betekenen voor het heil van de gestorvenen die vertoeven in het vagevuur. Door hun gebeden en het kopen van aflaten, kan de verblijftijd van de gestorvene in het vagevuur verkort worden. De protestanten betwisten het feit dat zonden kunnen vergeven worden door het kopen van aflaten bij de kerk en stellen dat enkel God beslist of je naar de hel of naar de hemel gaat. Het vagevuur heeft voor hen dus geen zin. Op 7 november 1519 veroordeelde de katholieke Leuvense Universiteit reeds de leer van Luther. Niet zo verwonderlijk natuurlijk want de universiteit werd aanzien als een belangrijk bolwerk van de verspreiding van de katholieke leer. Begin 1521 werd Luther door de paus in de kerkban geslagen. Enkele maanden later volgde keizer Karel het pauselijk voorbeeld en sprak de rijksban over Luther uit (Edict van Worms, 26 mei 1521). Luther was nu vogelvrij verklaard en zijn leer was verboden. De Lutheranen protesteerden (vandaar protestanten) heftig tegen de toepassing van het Edict van Worms maar ze werden actief en massaal vervolgd als ketters.

De leer van Luther zou het leven van het echtpaar Vandenborne-Massys ook drastisch beïnvloeden.

  1. R. VAN UYTVEN, Bijdrage tot de sociale geschiedenis van de Protestanten te Leuven in de eerste helft der XVIe eeuw in: Jaarboek 1963 (Leuven: Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en Omgeving, 1963), pp. 3-38, hierna geciteerd als R. VAN UYTVEN, Protestanten te Leuven.
  2. L. BOLLEN, Barok en de invloed op de Contrareformatie, online op http://users.pandora.be/lieve.bollen/reformatie.html geraadpleegd op 12 november 2005
  3. Zowel in het protestantse avondmaal als in de rooms-katholieke eucharistie wordt het sterven van Jezus Christus voor de menselijke zonden herdacht. Het grote verschil is echter dat het avondmaal uitdrukkelijk een symbolische gebeurtenis is, waarbij in het brood en de wijn het geofferde lichaam en het vergoten bloed van Christus herdacht worden, terwijl volgens de rooms-katholieke leer in het brood (de hostie) en de wijn daadwerkelijk het lichaam en bloed van Christus aanwezig zijn.