Pagina:Pallieter.pdf/108

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


haar hoofd den machtigen, breeden regenboog.

Ei! Wat was dat schooner dan schoon! En toen werd zijn hart geroerd; hij dreef zijn paard tot haar, nam haar plotseling in zijn armen, en riep:

‘Gij wordt mijn vrouw, mijn honingzoete vrouw!’

En Marieke sloeg, met een langgedragen zucht, haar natte armen rond zijn forschen nek, bezag hem lang met haar groote oogen, en vroeg eenvoudig maar gespannen:

‘Wanneer?’

‘Binnen de vier weken!’ jubelde hij, en hij gaf haar een langen, natten kus op haar lippen en haar witte tanden.


Charlot zag nog bleek van schrik, voor den grooten donder en verblijde zich zeer als zij hen zag.

‘Is man bed bried genoeg veur ons getwieë?’ vroeg Pallieter.

‘Wa' wilde zegge...?’ en zij zag met schrik en met verbazing hoe Marieke in Pallieters arm leunde.

‘Ik trijf mè Pallieter!’ juichte Marieke.

‘Gij, gij?’ riep bibberend Charlot, ‘gij, m'n petekind, me Bruur?... Gij?... Och, Jezus, Maria, Jozef!...’ En ze viel Pallieter aan zijnen hals, en weende hardop van geluk.

En dat kwam aan Pallieter zijn hart, en hij pinkte, beet op de tanden om de tranen binnen zijn oogen te houden, maar hij kon niet, met den besten wil van de wereld.