Pagina:Pallieter.pdf/133

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


De dag was toe en donker, maar het water was nog helder licht, en voerde hooi mee met zijn loop.

En door dien heiligen vrede die het land omhulde, klonk ver het veelmondig gezang van huiskeerende pikkers en bindsters. Pallieter had kunnen weenen en zei met overtuiging: ‘neeë! de groete Pan is nog ni doed. Die dat hoorde zeggen hee gedroemd! Want 'k hem vandaag zan horekes gezien!’