Pagina:Pallieter.pdf/134

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


Een aangename verrassing.

IN den heeten Zondagmiddag was Beiaard, de witte merrie, aan 't zwemmen in het water van de Nethe. Zij speelde lijk een kind, hinnikte herhaaldelijk, en het groene water danste vol gebroken zilver en wemelende zonnescherven.

Pallieter had er deugd van met het na te zien, en werd er ten langen leste zoo door meegelokt, dat hij zich gekleed in het water liet vallen. Hij zwom Beiaard achterna, haalde haar in, en wrong zich op den breeden rug. Zoo zat hij als in een bed, hij opende zijne armen en liet Beiaard maar haar goesting doen. Zoo zwem-rijdend, zag hij over den lande rond, dat om en om in roereloos zonnelicht en trillende hitte lag verdronken. Over de gele korenschoven, die t' allenkante, in die vinnigheid op rechte roten stonden, kwam er slechts een trage kwikstaart heengevlogen; en nergens was een mensch.