Pagina:Pallieter.pdf/89

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

86

Marieke lachte, en het tippeken van haren witten halsdoek bleef achteruit staan en klappertrilde van den wind en van het rijden.

Met scherlings op het paard te zitten en door 't geschok, waren hare rokken hoog en hooger geschorst, en alzoo zag Pallieter, ten volle uit, haar bloote beenen en boven hare rechterknie den witten garen kant van hare broek.

En dat deed hem het veld en de alderblauwste lucht vergeten.

Hij kost er bijna niet van spreken, en zijn hart sloeg er een klopken rapper van.

Hij werd er heerlijk en uitbundig van, en hij boog zich naar de korenaren, trok er een handsvol uit met wortel en al, en draaide er mee boven zijnen kop.

Hij riep 'Dju, Dju!' en Beiaard versnelde den pootslag, en rok zijn lijf wat langer uit.

't Werd een rappe rit nu op den malschen weg, die kronkelde en keerde lijk een aardsche waterloop.

Beiaard hong er in 't keeren scheef van, en Marieke wrong de manen rond haar handen en gichelde van 't lachen.

Zoo kwamen zij op den veldhoogte vol met groen en graan. Daar hield Beiaard stil, en versloeg zijn dorst aan eene beek.

Marieke keerde zich om tot Pallieter en was buiten asem, hare boezemkens gingen rap op en neer, zij kost er bijna niet van spreken, en dopte het zweet met haar halsdoeksken weg.

Zij bezag Pallieter voldaan, en hare oogen werden